Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is in de Minahassa de gewoonte, dat bij iedere begrafenis een woord door den pandita wordt gesproken. Soms valt dat moeilijk, want gelijk Br. tenueloo opmerkte bij het graf van onzen vriend, er gaan er heel wat heen, *wier leven niet veel voor de herinnering nalaat, en aan wier graf al zeer weinig te zeggen valt."

wMaar hier is het anders," zoo vervolgde hij. En ik zeg, ja zeker was het daar anders. Aan dat graf zou ik zeker naar mijne woorden niet hebben gezocht, het zou mij eene behoefte geweest zijn daar te spreken.

Veel, zeer veel was daar te zeggen, en goede woorden hebben er dan ook weerklonken. Op meer dan ééne verdienste des overledenen is gewezen. O.a. hierop, dat daar geen hoofd werd begraven, die als ware het door zijne geboorte reeds voor die betrekking was aangewezen, of die, als de tegenwoordige, jongere districtshoofden daarvoor was opgeleid; maar één die, toen hij tot deze aanzienlijke betrekking werd geroepen, een gewoon negëryman was.

Het is letterlijk zoo gezegd, maar ik zou, zoo ik het gehoord had, er toch zeker bij gedacht hebben: s> Waar; mits men dat woordje gewoon goed versta." IS' iet als ware hij geweest als ieder ander, zoodat men met hetzelfde resultaat ook wel een' andereu negëryman had kunnen kiezen. Zeer zeker niet!

In de dagen toen hij tot de betrekking van districtshoofd werd geroepen, was het bestuur neergelegd door iemand, die, wat afkomst en geboorte aanging, daar wel op zijne plaats was. Maar hij was een tegenstander geweest van de algemeene beweging, die toen in dat gedeelte der Minahassa nog in haar begin was: de kerstening des volks. Hij was een conservatief in merg en been, die met al dat nieuwe, verandering van godsdienst, onderwijs der jeugd, enz. niet wilde te doen hebben.