Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenamen, levendigen toon te hooren, die heldere blikken der leerlingen te zien, en die orde en dat élan waar te nemen. Dan smaakt een onderwijzershart nog vreugde. Die jonge man heeft krachten voor eene grootere school, eene betere plaats. Dat werd zijne belooning.

Den volgenden dag bezocht ik twee scholen, even als den eersten dag. Dat moest ditmaal zoo, omdat mijn tijd beperkt was. Ik had daarbij dezen dag 16£ paal dat is bijna 25 kilometer te rijden.

Het eerst ging de tocht naar Dela. De weg daarheen was minder aangenaam, en daarbij meer vermoeiend dan dien ik reeds had afgelegd. Er was weinig werk van dien weg gemaakt, en van paal 112 tot 110 liep hij meest langs 't strand en door het mulle zand, dat vermoeiend is voor paard en ruiter. Daar komen wij te Dela. Men schreeuwt, vliegt heen en weer, maar het was niet wel waar te nemen, wie de Radja was, wie bevelen gaf?

Op mijne vraag naar hem, duwden zij hem vooruit, en daar stond hij met een pruim tabak tusschen zijne vooruitstekende lippen. Alles hield gelijken tred : zóó als de Radja, zóó was ook de kampong; zóó ook hare bewoners, en zóó ook de school!

De onderwijzer was afwezig: hij was naar Koepang ontboden, omdat zijne vrouw eene klacht tegen hem had ingebracht wegens echtbreuk, en scheiding had gevraagd.

Zijne leefwijze had hem ongeschikt gemaakt voor zijn werk. De school was ellendig, alles lag verward: boeken, leerbehoeften, staten, kortom een insolvente boedel! En de kinderen, die ik liet ondervragen door een' onderwijzer uit mijn gevolg, een landsman dus, om hen meer op hun gemak te brengen, die kinderen waren schuw, gehavend, vuil. Zij wisten letterlijk niets: die school had daar geen reden van bestaan.