Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot den tegenwoordige» staat der zendingen in Nederlaudsch Indië, met enkele andere feiten, die door nadenkende christenen wel in overweging mogen genomen worden. De Hollandsche bezittingen strekken zich uit van Atjé op Sumatra tot Nieuw-Guinea, en omvatten 61 1520 vierkante mijlen, met eene bevolking van 27 millioen onder Nederlandsche vlag. Onder deze groote menigte zielen zijn slechts 69 Hollandsche en Duitsche Zendelingen en 24 RegeeringsZendinghelpers (waarschijnlijk worden hier de Europeesche hulppredikers bedoeld). Deze helpers worden door het Gouvernement bezoldigd, en al hunne bewegingen worden door de ambtenaren geregeld, en, ofschoon zij Maleisch spreken, is hun niet vergund anders dan onder naamchristenen te werken. Alleen den Zendelingen staat het vrij tot heidenen en mohammedanen met het Evangelie te gaan. Van de 98 Zendelingen op den akker (altijd de gouvernementshelpers ingesloten) zijn niet minder dan 7 0 aangekomen sedert 1878, waarschijnlijk als gevolg van de reactie op de Hoogescholen ten guuste van de Evangelische leer, en velerlei agressive christelijke pogingen in de Nederlanden en Duitschhmd. De 69 Zendelingen zijn verdeeld als volgt: 6 van het Nederlandsche Zendelinggenootschap (Rotterdam), 6 van de Nederlandsche Zendingvereeniging (Rotterdam), 8 van de Utrechtsche Zendingvereeniging (Utrecht), 1 van de Nederlandsche gereformeerde Zendingvereeniging (Amsterdam), 3 van de Ermeloosche Zendingvereeniging (Ermelo), 3 van de Doopsgezinde Zendingvereeniging (Amsterdam), 4 van the Hague Home and foreign missionary Society (?) (den Haag), 3 van de Christelijk gereformeerde kerk (Leiden), 1 zichzelf onderhoudend Hollandsch zendeling. Behalve de Hollanders zijn er 34 duitsche Zendelingen, van welke 28 van het Barmensche genootschap, gesteund door het Hulpgenootschap te Amsterdam, de overigen zijn van de Berlijnsche zending. Deze Zendelingen