Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wel door goudsmeden, die soms - de meesten eenmaal per jaar - van daar trekken met de vervaardigde voorwerpen, die zij te Koepang en elders verruilen tegen levensmiddelen en lijnwaden. Hunne taal verschilt aanmerkelijk van die der Rote-dialecten.

Het eiland Doö wordt tot Daoe gerekend. Dana behoort onder Thi en is rijk aan herten. Heliana,^ is een rots; en Landoe, Noesamanoek (2) en Noesalai behooren ook onder Thi. Oesoe en Noesababi (of wellicht Noesabibi) behooren onder Landoe.

Rivieren van aanbelang heeft Rote niet; toch moet de watermassa, in den regentijd afgevoerd, ongelooflijk groot zijn, blijkens de breede rivierbeddingen hier en daar, en de zware rolsteenen, die dan worden afgevoerd.

De voornaamste rivieren zijn: de Baa, de Gonggo in Dengka en Oënale; de Dengka; de Loleh; de Bokai; de Korbaffo en de Termano. Bij Ringgou is ook eene rivier, maar haar loop bleef mij onbekend.

Aan plantengroei is Rote wel niet rijk, maar bij nader onderzoek blijkt toch, dat er meer is, dan men op het eerste gezicht meent.

Aan vruchtboomen voor dagelijksch gebruik is Rote arm, en men is nog niet bedacht geweest om die aan te brengen. Men vindt hier de Kalapa of Kokospalm, maar niet in zoo groote hoeveelheid als men dat op zulk een eiland mocht verwachten; den Sagopalm, maar alleen in waterrijke streken, als te Talae en Bokai; den Lontar, de rijkdom en het voornaamste voedingsmiddel van den Rotenees, wegens zijn overvloedig vocht - toeak - juist in den drogen tijd, waarvan de stroop en suiker bereid worden, die met gestampte mais het hoofdvoedsel van deze

(2) Manoek = vogel.

23*