Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd, naar een zoon van Oke Maie, en de afstammelingen van Henda, werden Henda anan genoemd, die het westelijk deel van Rote (Matahari turun) bewonen. (1)

Later kwamen er nieuwe volkplanters, van de zijde van A.tapoepoe, en wel van Beloebalangga do Kaileko; zij waren: Sioh Laieha, Lola Laieha, Lakamola Bulan, Lakamola Loluk, Hitu Oëtoka en Dolu Manggai, met hunne vrouwen en kinderen, en ankerden aan het Z. O. strand van Rote, te Danohloon, onder het tegenwoordige regentschap van Bilba.

Zij vestigden zich te Batoe Kea en Koli Tou, en hun versteende prauw wordt nog daar ter plaatse onder den naam Batu Kofa gevonden.

Uit hen zijn voortgekomen de Lamak anan, of de bewoners van Matahari naik. (2)

Naar luid der volksverhalen zouden de Portugeezen ongeveer 300 jaren na de komst der Roteneezen aldaar zijn aangekomen.

Men onderscheidt in de Rotesche maatschappij zeven klassen of standen: de radja's, de regenten, de negerihoofden, tweede negerihoofden, hoofden van familie, het volk en de slaven. Die subtiele verdeeling heeft echter weinig grond in eenige scherpe afscheiding, b.v. bij huwelijken; maar wel bestaat die bij eene andere verdeeling, d.i.: de hoofden, het volk en de slaven. Dat eerstgenoemde verdeeling weinig invloed oefent op levensverhoudingen blijkt daaruit, dat de familie van hoogere en lagere

(1) Dit verhaal is genomen uit aanteekeningen van den hoofdonderwijzer van Baa, die het nog verder voortzet. Ook het volgende is aan hem ontleent. (2) Hendak-anan = kinderen van Henda; Lamak-anan = kinderen van sprinkhanen, omdat zij zich een tijdlang met sprinkhanen hebben moeten voeden.