Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benevens Zijne 100 jarige regeering te Mëkkah beschreven worden (Mededeel. 27 ste Jaargang, pag. 33 v. v.).

Dat een ongebreidelde phantasie zich voornamelijk op het wondervermogen van onzen Heer geworpen heeft, zal zeker wel niemand bevreemden. Doch verdient het geen opmerking, dat hierbij ook herhaaldelijk wordt terug gekomen op Zijne macht om doodeu weder in het leven te roepen? Ook de onderstaande legende mag daarvan eene proeve heeten. Volgens mijn' min of meer geletterden zegsman, is zij ontleend aan een Arabisch boek, getiteld: Kitab Chajatoe'lchajawan van Imam Damiri, uitgegeven te Cairo, en soms ook wel hier te bekomen. Dit boek bevat in alphabetische rangorde eene beschrijving van de meest bekende dieren, opgesierd o. a. met verhalen of vertellingen, op iedere diersoort betrekking hebbende, of waarin het beschreven dier ook slechts een enkele maal wordt genoemd.

Onder het artikel Djawad, naam van een paardenras, wordt daar dan ongeveer het volgende medegedeeld:

Er leefde eens een geloovig echtpaar, door wederzijdsche liefde innig aan elkander verbonden. Na verloop van tijd echter kwatn de vrouw te sterven. Met diepe droefheid verzorgde de man haar lijk en bracht hij het ten grave. En toen het eenmaal in den kuil was neergelaten, zette hij zich neder naast het graf, en bleef daar dag en nacht, zijne geliefde bewakende, als hoopte hij haar nog eenmaal in het leven terug te erlangen. Veertig dagen lang had hij aldus met onverminderde genegenheid zijne vrouw betreurd, toen nabi Isa, daar juist voorbijgaande, hem zag zitten , en hem vraagde naar de reden van zijn verblijf tusschen de graven : //Ach mijn vriend !" antwoordde de man, #ik zit hier bij het graf van mijne echtgenoot; we waren door innige liefde zoo nauw aan elkander verbonden, dat ik zelfs van haar lijk niet scheiden kan; en