Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zagen ze ook vol bewondering naar den boom, (oen luisterden ze ook naar de kerstboodschap, misschien wel grager dan nu, maar nu hebben we gevoeld, dat de lieden veel dichter bij ons staan dan toen, toen nieuwsgierigheid, nu belangstelling; en nu kan het best zijn, dat die belangstelling zich nog voorloopig concentreert om het zendingsgezin, (ik geloof niet, dat een inlander erg analyseert), maar het nieuwe, dat mijnheer en mevrouw en hun medehelpers brengen staat hem of haar aan, en dat is het wat beantwoordt aan zijn of haar zoeken. Dit verlangen openbaart zich kennelijk. Daar zijn onder de vrouwen, die uit den drang des harten naar mijn vrouw komen om allerlei wat in de Zondagssamenkomsten gesproken werd nog eens te bepraten.

We mogen inderdaad spreken van zegen, al kunnen wij nog niet op gevolgen wijzen.

Ik denk aan het doopfeest van onzen jongsten zoon. Wat heb ik toen veel moeten vertellen na de toespraak over de beteekenis van het doopen en toen wij, en allen, die de plechtigheid hadden bijgewoond, thuis waren gekomen en onder het rooken van een strootje en het gebruik van een pruimpje de dingen van den voorbijgeganen morgen nog eens bespraken, werd het ons hoe langer hoe duidelijker, dat de Heilige Geest werkt. Wie zal echter zeggen hoe lang liet duren zal, tot het licht doorbreekt? We verheugen ons vooral over de belangstelling van het vrouwelijk deel van de inwoners van ons dorp, die vooral bij het vertonnen van de tooverlantaarnplaatjes bleek. Een groote kring om, voor en achter het scherm, die met belangstelling luisterden naar de verhalen. We hoorden later, dat er over die verhalen nog lang werd gesproken.

Wat ons vooral met goede hoop omtrent ons werk vervult, is de vri lidschap, waarin wij leven met de dorpshoofden van Kaban djahe; ik mocht wel zeggen vorsten.