Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liern niet beter kon maken (hij is longlijder) vond hij toch zooveel baat bij mijne geneesmiddelen dat hij opknapte. Ook geestelijk kwam hij ons nader en evenals hij vroeger een ijverig „dienaar der goden" geweest was, zoo ijverig werd hij nu in het leeren en anderen leeren. Hij werd dit jaar gedoopt met zijn gezin ; hij drong er op aan spoedig gedoopt te worden, want ,,ilt weet den dag mijns doods niet" zeide hij.

Toen kwamen de pokken. Van April tot Juli was zijne kampong van alle verkeer afgesloten, ook ik ging er niet heen uit vrees de ziekte verder te verbreiden bij mijne vele reizen. Den 1 Juli echter ging ik er heen, sedert lang hadden zich geen nieuwe gevallen voorgedaan. Buiten het dorp, onder een boom, zaten wij op de mensehen te wachten. Xiet licht zal ik dien Zondagmorgen vergeten. Daar kwamen ze allen aan, eenige vrouwen weenden, ook wij waren aangedaan ; daar was zooveel te vertellen — zeven personen waren gestorven, waaronder zes kinderen; en onder die kinderen ook Si Bali, het kind van den pëngoeloe. Nauwelijks dorst ik er over te beginnen ; gewoonlijk toch brengt het sterven van kinderen de ouders geheel in de war. Het is dan ook om krankzinnig van smart te worden, als men denken moet, dat de gestorven kinderen over de aarde zweven, zonder tehuis, zonder eten, zonder beschutting bij koude en regen — heerlijk het voorrecht der Christenen: hunner is het Koninkrijk der hemelen — hunne engelen zien altijd het aangezicht mijns Vaders.

Maar hoe verbaasd was ik te hooren : „Mijnheer, dat sterven van Si Bali heeft mij dichter bij Dibata gebracht" — en met diepe smart vertelde hij mij dat hij zijn jongen begraven had net zooals het kind van den toewan dat onlangs gestorven was." Ja, wij zoeken geen menschel) te behagen, ook de Bataks niet, maar op zulke oogen-