Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om hem tegemoet te komen besloot ik afwisselend een paar voorgangers uit mijn werkkring derwaarts te zenden. Deze hadden mij dan verslag uit te brengen omtrent hunne bevindingen.

In Augustus mocht ik zes gezinnen, waaronder 15 op belijdenis, en 16 kinderen, den Doop toedienen. Met genoegen leidde, ik het onderzoek naar de kennis dier eenvoudigen. Velen zouden menig geloofsgenoot in veel oudere gemeenten beschaamd maken. Het zaad des Evangelies is hier uitgestrooid en 't gaat ontkiemen. De Heer der zending heeft ons vruchten doen aanschouwen. Fit het mosterdzaad zal een boom groeien, wiens takken den vogelen des hemels tot nesten zullen dienen. TVani'eer? Dat is des Heeren zaak. Maar hier, op zoo'n afgelegen terrein, te midden van bosschen, hier gaf de Heer ons iets te aanschouwen wat ons dankbaar en blijde stemt. Het plantje daar geplant, moet onderhouden worden. En al kunnen wij zwakke mensche.i niet vooruit gaan bepalen hoe en wat de toekomst a: worden, we dienen 111 bet geloof voort te gaan, te onderhouden wat ons geschonken wordt, 't Wil mij voorkomen, dat de kleine gemeente te Wotgalili, nu 4-3 ; u getal, eene goede toekomst kan hebben, althans er zijn in do onmiddellijke nabijheid nog on-ontgonnen terreinen en als deze konden komen aan de aanhangers van YVongsa Karija, dan geloof ik, dat daar weldra eene flinke christendesa zou ontstaan. De gronden leenen zich uitstekend vo:ir rijstbouw, den Javaan zoo welkom. Moge mijn hoop in deze niet beschaamd worden !