Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem ten laste gelegde niet weerleggen. Wat mij al dadelijk zeer verdacht voorkwam was, dat er al ruim vijf maanden verloopen waren, eer de vrouw met die beschuldiging voor den dag kwam.

Was ik in dezen slechts op den voorganger afgegaan, ik zou daardoor waarschijnlijk den loerah hebben moeten ontslaan. Het bleek mij, dat ook de voorganger in deze zaak bepraat was. Dergelijke intriges komen nog maar al te dikwijls in de desa voor.

Iemand me ijverig zijn gronden bewerkt en van den opbrengst iets weet over te leggen wordt vaak al door zijn buren beschuldigd van gierigheid of men ziet hem aan voor iemand die rijk is aan el moe.

De meeste oneenigheid onstaat m.i. door het leenstelsel, dat onder de Javanen nog zoo welig tiert. Men leent om het geleende weer aan anderen uit te leenen, doch helaas in zoo menig geval vergeet men gewoon het geleende terug te geven, of door de hooge rente die bij t uitleenen is bedongen, is men niet in staat de schuld te vereffenen. Heeft men het al te bont gemaakt, zijn de schulden te groot geworden, dan wordt de deur dicht gehouden voor 't vervolg. Men gaat elkaar zwijgend voorbij; nog wat later worden andere buren in kennis gesteld met de schulden van A., terwijl A. op zijn of haar beurt een boekje open doet over B. Men hoort zoo van elkaar door de buurpraatjes en dan begint het van weerskanten warm te worden, tot op een goeden dag de bom barst en een vechtpartij met woorden, soms ook wel met daden, is er het gevolg van. In de meeste gevallen zijn 't de vrouwen die zorgen het vuurtje te doen smeulen door ijverig allerlei praatjes uit te strooien.

Een mooi Christendom, denkt men allicht. Maar zijn de toestanden zoo niet P Is het in den grond der zaak bij ons niet evenzoo? Maar 't zou te dwaas zijn dergelijke