Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de inlandsche leeraars. Deze kunnen ook 's avonds de huizen binnenloopen, en men beschouwt hen meer als gelijken, zoodat men zich minder geneert dan dat de pandita binnenkomt. Hoe menigmaal heb ik al moeten zeggen als zoo'n kleine naakte ronddwaalt: „laat maar blijven, 't is niet voor 't eerst dat ik een naakt kind zie!" of: „laat nu maar al die drukte na om een mat voor de bank te zoeken, ik kan heel goed op de kale houten bank zitten". Doch ik dwaal af.

Op een Zondagmiddag bezocht ik in gezelschap van den inlandschen leeraar de kampong T. We volgden niet huis aan huis, doch ik gaf aan, w T aar we ons anker zouden neer leggen. „We gaan naar Nikolaas — zeide ik — een paar maanden geleden ben ik daar alleen geweest, doch vond de deur gesloten". Ditmaal was Nikolaas thuis. Hij is een heel goed timmerman, doch zooals het velen gaat ging het ook met hem. Later wordt dat ambacht bijzaak en tuinarbeid hoofdzaak. Zullen ze dan nog werken, dan zijn de eischen dikwerf zoo hoog, dat men er van schrikt. Toch heeft hij aardig wat verdiend bij de verbouwing van de Meisjesschool en te Koeranga, de kweekschool voor onderwijzers. Een 25 tal jaren geleden waren hij en zijne vrouw trouwe kerkgangers. Ze verloren toen een heel aardig jongetje, die op school blijken gaf van goeden wil en vermogens. Sedert Kareis dood werd de belangstelling steeds minder en daalde eindelijk, trots alle vermaning, tot nul. Nu moet ik hier bijvoegen, de menschen veel ellende hebben doorstaan. Zijne vrouw, Benjamina, sukkelde veel en was een tijd lang bijna geheel blind. We vonden ditmaal Nikolaas thuis. Na wederzijdsche begroeting en een praatje over het alledaagsche, begon ik met hem te spreken over zijne ongodsdienstigheid, wees