Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des doods zitten, of die wel aanvankelijk tot Christus gebracht werden, maar bij wie nog zooveel ontbreekt, die nog tot de onmondigen behooren.

Intusschen meen ik recht te hebben een noodkreet te slaken. Misschien had ik zulks al eerder moeten doen. Doch 't is nimmer te laat om een verzuim goed te maken. Als men den bedelstaf in de hand neemt dan kiest men de personen uit, bij wien men mag hopen een welwillend oor, — en een goed gevulde beurs te vinden. Hartelijk hoop ik, dat mijn noodkreet dan ook doordringt tot hen, die helpen kunnen. De warme vriend der Zending, 't zij rijk of arm, maar die in bestuursaangelegenheden niets te zeggen heeft, moge dit opstel lezen, wellicht beamen de waarheid mijner klachten, de wenschelijkheid van verbetering in deze zaak, doch met den besten wil kunnen zij niet helpen.

Er werd reeds veel geschreven en gesproken over den rechtstoestand der inlandsche Christenen, doch het wil mij voorkomen, dat wij niet veel vooruitgaan in deze zaak. Reeds 6 jaar geleden schreef Mr. .1. H. Carpentier Alting eene regeling van het privaatrecht voor de inlandsche bevolking in de Minahassa districten der residentie Menado. Zijne hoogst belangrijke voórstellen werden besproken, gesprezen en ook weer gelaakt. Doch daar bleef het bij, en nog altijd zucht men onder den druk van allerlei onrechtvaardigheden. Die allen te bespreken ligt niet op mijn weg. Daarbij ben ik geen rechtsgeleerde, die met de wet in de hand over verbetering van vele misstanden kan meespreken, en nieuwe voorstellen ter verbetering doen. Zullen ze er ooit komen? Mij bekruipt daartoe wel eens de vrees. Gedurende bijna 40 jaar, die ik hier arbeidde, heb ik vele voortreffelijke bestuursambtenaren gekend, die werkelijk iets goeds konden en wilden doen. Helaas! de meesten werden spoedig overgeplaatst, en vervangen