Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwigheid was er natuurlijk bij de Toradja's allerminst, anders hadden de Mohammadaansche lasteraars niet zoo gemakkelijk spel gehad.

Toch was de vestiging der beide onderwijzers een feit van beteekenis. Unze invloed was nu blijvend geworden, lir. Kruij't had den troost van ©en goed resultaat en als hij nu te Panta en te ïoniasa kwam en des avonds bijeenkomst hield in het huis van den goeroe, was hij niet langer gast in een Inlandsch huis, waar hij geen stilte kon gebieden, maar hij was in het huis van zijn goeroe, op eigen terrein en had de bezoekers in zijne hand, zoodat hij hun de kunst van luisteren kon leeren.

Toen mijne vrouw en ik in 1895 kwamen, brachten wij nog twee onderwijzers met hunne vrouwen mede. Hiermede klom het getal tot 3, want de goeroe van Tomasa werd ziekelijk en kon niet blijven. Hem zelf speet dit zeer; wij verloren aan hem niet veel; hij was voor de Toradja s te stil.

De 3de plaats die een goeroe kreeg, was B u j u m ba j au. Het hoofd van dit doip was een aartsconservatief ; Kruyt kon hem maar geen toestemming ontlokken. Maar nu had Br. Kruijt een bondgenoot in het hoofd van Panta, Papa i Woente, die uit eigen ondervinding kon getuigen, dat Panta door plaatsing van den goeroe was vooruitgegaan. Let eens op, Papa i Loepi, zeide hij tot het hoofd van Boejoe mbajaoe, als de goeroe een maand bij u is, dan zoudt ge den Pandita al beboeten als hij hem weer terugnam. Ik zou onzen goeroe niet meer willen missen. Toen gaf zich Papa i ljoepi gewonnen en Boejoe mbajaoe kreeg een onderwijzer. Dat ook hier niet spoedig kinderen op school kwamen laat zich denken.

Zoo ging het een jaar door. Te Panta haalde de school het weer op, te Tomasa kwam op 't laatst één

23