Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoekend in de literatuur en godsdienst der vaderen. Het Hindoeïsme, dat de achtergrond is van het Mohammedanisme op Java, wordt opnieuw bestudeerd en in mooie teekening voorgesteld. Aan pogingen zelfs om de verschillende godsdiensten met elkander te vereenigen, door het goede te zoeken, dat in elk der religies aanwezig is, ontbreekt het niet. Theosophie heeft een tijd lang opgeld gedaan in de intêllectueele met Westersche cultuur in aanraking gekomen Javaansche kringen.

Te midden van deze beweging en worsteling staat de Zending, die tot nog toe hoofdzakelijk gearbeid heeft in kampongs en dessa's, zich altijd beijverend de taal van het volk te spreken en zich geheel in te leven in de zeden en gebruiken van het aan verscheidenheid zoo rijke Indonesië. Het gevaar van achterlijk te schijnen is hier zeer zeker. Voor het laagste onderwijs geeft de zending gelegenheid, voor het voortgezet onderwijs zoo goed als niet. De enkele Chr. Holl.Inl. scholen zijn niet voldoende. Het Chr. middelbaar onderwijs ontbreekt nog geheel. De oud-leerlingen der zendingsscholen zwermen uit en komen in de grootere plaatsen terecht, waar geen leiding is en zij gemakkelijk terugvallen in de oude gewoonten. De oud-leerlingen der Holl.-Inl. scholen en de leerlingen van de hoogere inrichtingen, vervreemden licht van hun familie én hun dessa. Zij staan zonder hulp. In al de nieuwe dingen, die zij hooren, weten zij niet den weg. Zij kennen den ondergrond niet. Zal hier nu werk als van de N. C. S. V. onder de leerlingen der hoogere inrichtingen van onderwijs en zal Y. M. C. A.-werk — jongemannenwerk — worden gedaan onder de anderen?

Wat moet er gedaan worden in politiek opzicht? Dienen de zendelingen leiding te geven of moeten zij zich van alle politiek onthouden? Is het geoorloofd de jonge Christenen mee te laten loopen in de partij van radicalen en neutralen zonder dat zij weten waarheen zij gaan?

Wat moet er gedaan worden voor de maatschappelijke verbetering? Kan het daarin bij het oude blijven? Of vragen de Christelijke beginselen toepassing ook in een omgeving, waar individualiteit en doorgevoerd particulier bezit moeilijk te bevatten begrippen zijn?

Sluiten