Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbasterd was, gescheurd daar in de hoogte hing en zijn stemme niet meer roerde. Maar plotseling als het karretje (met Jezus, Maria, Jozef en het ezelken) aan den zwaren voet van het geweldig Belfortsteen passeerde, ging er daarboven in de lucht een bronzen geril, en als de jubeling van den hemel dommelde Roeland in eens met volle galmen zijn zegen over het land.

„Het Belfort beefde, Gent beefde; en de menschen als van Gods hand geslagen, huiverden en ontroerden, voelden 't gehamer door hun harten gaan en staarden verbijsterd naar boven in de lucht, maar niemand zag naar beneên, waar de poovere familie met een piepend huifkarretje onopgemerkt door de straten ging".

Zoo is het. Waar Christus komt, is er overvloed van blijdschap. De lucht zit er vol van. Waar Christus komt, ontstaat beweging, geweldige ontroering en verbijstering. Als het hart der volkeren vernieuwd wordt, ja, ook als het Vlaamsche volk verworden en verbasterd blijft, gaan toch de klokken luiden; de geweldige Roeland met zijn gescheurde wanden kan niet zwijgen en tot in de verste deelen van het land staan de menschen stil om te zeggen: daar roert er wat in Vlaanderenland. Ja, ook in de verste deelen van den Indonesischen Archipel, of in de nabije straten en op de pleinen van het eigen stedeke waar het huifkarretje der zending rijdt, zullen de mannen en vrouwen verbaasd en ontroerd het elkander vragende zeggen: daar is wat gaande, wat mag het zijn? Zij kijken misschien naar boven en niet naar beneden, zij zoeken het misschien waar zij het nimmer zullen vinden, maar wij willen het elkander herhalen: Waar het huifkarretje der zending rijdt, komt de vreugde in het land, waar Christus inkeert is de kentering der tijden aangebroken. Daar worden alle dingen nieuw. Daar wordt het Godsrijk gebouwd.

Eens word' Uw heilwoord aan d' einden der aarde vernomen,

Eens klink' allomme het lied van Uw juichende vromen, Eens ruische het koor, juublend de hemelen door:

Vader, Uw rijjc is gekomen.

Sluiten