Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nale bezitter kan zijn vast aandeel niet verkoopen. Daarentegen is het individueel bezit in de hand van den fatalistischen, zorgeloozen Javaan nu nog even veilig als de zeepbel aan de pijp van den spelenden knaap. De landbouwer, die meent geld noodig te hebben, verkoopt zijn grond voor een schijntje van de waarde, wijl de woekerende groot-grondbezitter „immers geen grond meer noodig heeft en de schade en risico wel wil dragen om den geldbehoevenden landbouwer te helpen". En voor deze, in 't geheim gevoerde transactie, behoeft geen van de beide partijen zich te schamen, want voor bestuur en publiek blijven de dingen zooals ze waren: de verkooper blijft zijne vroegere gronden als weleer, doch volgens de bevelen van den nieuwen eigenaar — immers zijn hulpvaardigen vriend? — doch voor een hongerloon bewerken en draagt de op den grond rustende lasten *).

Omdat men het Christendom en zijne hoogere moraal miskent, kan men ook niet beseffen, dat die Christelijke moraal, waaronder de groot-grondbezitters in het reeds zoovele eeuwen gechristianiseerde Nederland leven, en hunne grondhuurders behandelen onder controle van goede wetten, — onmogelijk kan groeien en bloeien op een bodem van animisme, fatalisme, egoïsme en zinnelijkheid in veler- lei vormen.

Maar al heeft nu de geschiedenis sedert 1885 overtuigend bewezen, dat de conversie van het communaal in het individueel bezit door den Javaanschen landbouwer gelukkig niet wordt begeerd, toch is het voor den Europeeschen ambtenaar, die zijne toekomst niet wil bederven, niet geraden een bestaande wet af te keuren.

Zoo was ons Hoofd van Plaatselijk Bestuur wel gehouden de voor onze communaal bezeten gemeente gronden in ruil ontvangen 20 baoe woeste domeingronden, in te schrijven als individueel bezit. Omdat zijne bevoegdheid zulks gedoogt, schreef onze Assistent-Resident die 20 baoe in op de namen van de vier Soendaneesche leden van den Kerkeraad, elk voor vijf baoe. Omdat ik beloofde al 't mogelijke te zullen

*) Men leze het zeer juiste Officiëele Rapport van Mr. C. Th. v. Deventer, blz. 11 v. v.

Sluiten