Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zendingsactie voortvaart, en deze opneemt in haar dagelijksche handelingen en laat uitkomen in haar publieke uitingen. Want heeft de zending een georganiseerde kerk noodig, niet minder heeft de kerk de zending noodig, zal zij niet versteenen of in twist en tweedracht zich verteren.

Door zendingsgeest te kweeken zal zij haar draagvermogen herwinnen. Wat zij nu niet velen kan aan geestelijke spanning, omdat het leven niet krachtig pulseert, wat zij nu finan - cieel met moeite en zuchtend opbrengt, omdat zij niet in het geven werd geoefend, daartoe zal zij dan krachten hebben verzameld, want door dezen zendingsgeest wordt zij zelf wakker en weerbaar. De vreugde des heils zal gepaard gaan, zooals Prof. Van Dijk het indertijd'hier zeide, met de vreugde des koninkrijks, de hartelijke begeerte dat allen eenzelfde levenservaring zullen smaken!

Wanneer dit inzicht onze houding helpt bepalen, dan staan wij met onze georganiseerde kerken op het zendingsterrein en hebben wij, afzonderlijk en georganiseerd in kerken of corporaties, een taak van Godswege te vervullen. Wij w onen en werken dan niet meer in een afgesloten dal en op een weggescholen terrein, maar wij zijn midden in het wereldleven geplaatst. Tegenover den nood der wereld en de geweldige stroomingen onzer dagen, vallen alle vaste formuleeringen spoedig in één, omdat onze maatstaven niet toereikend zijn. Wij moeten het wagen met het geloof en wij willen het wagen met de Godservaring die wij maakten, wij willen en durven het wagen met het nieuwe orientatie-punt, dat ons is gegeven in Jezus Christus den Heer. Hij bepaalt den koers en door ons toe te eigenen hetgeen wij in Christus hebben, is het mogelijk naar alle kanten door te breken. Ik hoop niet, dat gij dit houdt voor een oppervlakkig optimisme, dat denkt, alles zal wel terecht komen, want dan zoudt gij volkomen mistasten. Ik hoop ook niet dat gij het houdt voor een overmoedige grootspraak, want dan speurt gij niet de huivering die door onze ziel gaat. Enkel in de worsteling blijven wij zelf staande; en wat recht hebben wij om voor het volkerenleven te verwachten, dat binnen afzienbaren tijd uit de verwarring orde zal worden geschapen en dat wij na een zwarten nacht een dageraad mogen ver-

Sluiten