Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn eerste vraag was: „He, Neno, waar zijn de lijn en de haak ?"

„Tefa, ik heb niets gevangen, ik heb de lijn aan den Kebesakboom gebonden, de haak met aangebonden aas ligt te wachten op den paling, die komt. Morgenochtend breng ik je een grooten, dikken paling en we zullen een kostje hebben om van te smullen".

„Pas maar op, dat de lijn en de haak niet gestolen worden". „Weineen, wie zal ze in het donker zien?" „Als de lijn en de haak wegraken, ben ik erg boos!"

„Kom broer, maak je maar niet bezorgd, morgen smullen we fijn, paling en gekookte mais!"

Blij in het vooruitzicht van de smulpartij, ging Neno slapen en 'snachts droomde hij van reuzenpalingen, die zoo vet waren, dat het vet van zijn kin droop, toen hij er van at.

En de storm v kwam op uit het Noord-Westen en regenwolken goten hun massa water uit, dat de Nisnoni bandjirde, het rivierwater woest naar beneden bulderde.

De wind gierde om; het huis als een razende, joelend kwam hij aanvliegen de helling af, den Kekneno op, en dan kwam hij weer terug, doller nog, alsof hij het huis en alles wilde opnemen, ginder wegwerpen, zooals hij verleden jaar een huis had uit den grond gerukt en opgenomen en weggeworpen, alsof het een boomtakje was. Boomenkruinen wierp hij voor zich uit, maisplanten sloeg hij neer; grond stortte neer met doffen plons en werd door het woelend water meegesleept.

En Neno sliep, werd niet wakker, hij droorrfde van den grooten paling.

Het was nog donker, toen Neno opstond, zware wolken dreven naar het Zuidoosten, de kop van den Keknenó in nevels gehuld.

De wind zwiepte hem in zijn gezicht, toen hij heenging om naar de lijn te zien en den paling op te halen; want nu hij er over gedroomd had, moest er stellig een aan de lijn zitten.

Maar 's nachts, toen Neno van palingen droomde en de

Sluiten