Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pas was de krokodil weer ondergedoken, toen Tefa aankwam.

„Heb je de vezels, Neno?"

„Och, och, wat een moeite, Tefa, ik loop nu al den heelen dag door allerlei boom- en struikgewas, en geen enkelen

vezel heb ik gezien, die goed was voor de lijn.

Morgen ga ik ze weer zoeken, Tefa, we^s maar niet boos".

Den volgenden ochtend ging Neno naar een groote vlakte, brak takjes, en twijgjes van de eucalyptus-boomen en stak deze in een grooten kring in den grond.

Het loopen en rekken en staan en bukken maakte hem vermoeid, hij wilde een grooten kring maken, plaats voor veel karbouwen.

Des avonds toen hij werkelijk vermoeid thuiskwam, vroeg Tefa: „Heb je de vezels, Neno?"

„Ach, Tefa, kijk eens hoe vermoeid ik ben, ik heb zooveel gezocht en weer niet gevonden; wees niet boos, morgen ga ik er weer op uit".

En den volgenden ochtend ging Neno weer takjes en twijgjes en bladeren zoeken, en zette zijn werk voort. Hij haalde ook twee bamboe-takken en plaatste ze waar de ingang zou zijn.

Des avonds vroeg Tefa: „Neno, waar zijn de vezels?"

„Tefa, ik weet nu den boom, en ik zou ze meegebracht hebben, maar ik had mijn mes vergeten, morgen ga ik ze halen".

Den volgenden ochtend ging Neno en Tefa zag hem gaan.

„Heb je je mes bij je?"

„Ja, Tefa".

„Wat heb je in je hand?"

„Een ei, Tefa".

„Wat doe je daarmee?"

„Ik wil dat ei aan den boomgeest schenken, voor ik de vezels haal, opdat ik niet ziek word".

Bij de kraal van twijgjes en bladeren gekomen, zag hij dat er een groote omheining gegroeid was, en vanuit die omheining hoorde hij een groot geloei en gestamp.

Bij den ingang zag hij een grooten karbouw-stier, die al

Sluiten