Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Duitsche Zending. — Aan een overzicht, dat Missionsinspector L,ic. Schlunk op de Kontinentale MissionsKonferenz gegeven heeft, zijn de volgende bizonderheden ontleend:

Van de Duitsche zendingsterreinen zijn die in Ned. Oosten West-Indië en in China buiten den oorlog gebleven. Japan heft alle belemmeringen op. Onzekerheid bestaat nog ten opzichte van Nieuw-Guinea, dat in handen van Australië kwam. Van de 1900 Duitsche zendelingen (echtgenooten der zendelingen niet meegerekend, zijn er nog 500 op hunne posten, maar 1400 zijn in het vaderland teruggekomen. Aanvankelijk vonden dezen in Duitschland werk, maar toen de oorlog uit was en de economische moeilijkheden grooter werden, waren zij onder de eersten, die zonder werk stonden. Van de 1143 personen in dienst van Duitsche zendingscorporaties in het land zelf zijn 219 gevallen en 220 verwond.

Jonge arbeid als die van de Gosznersche Mission in Kamerun en van de Brecklum-Mission in het binnenland van Duitsch Oost-Afrika is geheel verdwenen. De arbeid in de vroegere Duitsche koloniën was zoo ongeveer een menschenlceftijd oud; men was er toe aan het ordenen van inlanders. Deze ordening is nu hier en daar verhaast door de verdrijving der zendelingen. Het zelfstandig-maken is bevorderd b.v. in den arbeid der Nord-Deutsche Mission in Togo, in dien der Gosznersche Mission onder de Kols in Eng.-Indië, in dien der I,eipziger Mission onder de Tamulen. Men heeft de meeste velden echter zonder hulp of leiding moeten achterlaten.

Tegenover den nood staat een onverwachte zegen. De 10.000 Christenen in Togo brengen jaarlijks 50.000 shilling op voor zendingsdoeleinden. Het traktement der inlandsche voorgangers werd er teruggebracht tot wat de plaatseselijke gemeenten zelf konden opbrengen. Alleen door briefseling werd de band met Duitschland onderhouden.

Sluiten