Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Kamerlid te gebruiken: „Van God begrijpen de stumpers immers geen snars!" En nog in 1921 worden de geestelijke achterhoeken onthaald op de wijsheid van Rousseau, den geestelijken vader van wie over God willen zwijgen, tot Hij ongewild misschien, is doodgezwegen, wijsheid, die een abstractieproduct is in de retorten van eenzijdige verstandelijkheid gestookt en opgevangen in een ruimte van antipathie.

En echter, die vooruitstrevend zich wanen, zijn wat heel conservatief. Met de religieuze vorming te wachten, tot de verstandskiezen doorbreken, moet men maar niet gaan verdedigen met een beroep op de psychologie! De gronden, die men aanvoert, hebben met deugdelijk onderzoek niet het geringste te maken, zijn theorieën van volwassenen, die meenden, dat een kleuter ook geestelijk een miniatuur-uitgave was van een verlichtheid, in wie tal van beseffen reeds uitgewischt zijn. Als men de argumenten hoort van wie met de godsdienstige behoeften geen rekening willen houden, omdat ze aan het kind alleen wat des kinds is willen geven, gaat men de definitie begrijpen: „paedagogen zijn heeren, die geen kinderen hebben". Reeds Herbart heeft de opmerking gemaakt, dat zoo godsdienstige indrukken niet de alleroudste zijn, waartoe de herinnering opklimt, als ze niet den achtergrond vormen voor wat wij aan voorstellingen bezitten, de religie in het leven niets zal worden, omdat ze er niet alles in was. En daarom, zegt Stanley Hall, moet met de godsdienstige opvoeding reeds bij de wieg worden begonnen, een eisch door Tracy, zijn discipel, nog sterker beklemtoond. „Het godsdienstig besef", schrijft deze „is geen resultaat van het bijgeloof, door de bakerpraatjes der kinderkamer ontstaan". „Onbevooroordeeld, degelijk, psychologisch onderzoek leert, dat het tot de constitutieve elementen van het vroegste menschelijk bewustzijn behoort, dat het door opvoeding zich kan ontwikkelen, onder verkeerde leiding kan ontaarden en door doodzwijgen, doodlachen, doodpreeken b.v. geheel kan vervagen". Wie wil, dat zijn kinderen niet van God zullen hooren, moet weten, dat hij daarmee den eisch heeft laten vallen van een harmonische vorming, dat hij aan het zedelijk leven zijn hechtsten steun heeft ont-

Sluiten