Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een theorie over de ziel kan religieus beïnvloed, zijn of op haar beurt de religie beïnvloeden — ik denk aan het creatianisme —; maar op zichzelf brengt zij niet tot religie. Anders moest de verhouding tot den vriend, die den primitieven mensch in den droom verschijnt, reeds religie zijn.

Een theorie over den oorsprong, geboren uit causaliteits'behoefte, kan evenzeer met religieuze factoren verbonden zijn — ik denk aan het scheppingsdogma —; maar op zichzelf is zij nooit religie. De mannen van de animistische theorie begaan hier de fout van wie bijvoorbeeld de voorstelling van God als eerste üorzaak, een voorstelling geboren uit causaliteitsbehoefte, voor iets wezenlijk religieus houden. Zij wordt dit eerst wanneer, onder den drang van andere behoeften, God meer is geworden dan oorzaak, dan „personified cause".

De tijdgeest, de rationalistisch-natuurwetenschappelijke geest van de negentiende eeuw, heeft van deze fout waarschijnlijk veel op zijn geweten. En hoewel nog eenige jaren geleden Prof. Nieuwenhuis ten onzent weer sprak van „natuur-philosophie" en „syllogismen" met betrekking tot het animisme en van de oude school niet veel bleek te verschillen 1 ), — over het algemeen is thans een kentering ingetreden.

Bij die kentering bleek in de animistische theorie trouwens ook veel z a k e 1 ij k mis: de analogie tusschen het kind en den theoretischen animist gaat niet geheel op. Met kind houdt evenmin als de primitieve het voorwerp van zijn spel bijv. zonder meer voor bezield. Het heeft evenmin een theorie. De reactie, die hem zijn pop, zijn beer bezield doet denken, komt voort uit een emotie: boosheid of speelzucht. D u rkh.eim heeft opgemerkt, dat, wanneer de teddy-beer hem beet, het kind uiterst verbaasd zou zijn 2). Laten we dus een analogie tusschen primitieven mensch en

1 A. W. Nieuwenhuis, Die Wurzeln des Animismus (Suppl. zu Bnd. 24 Intern. Archiv f. Ethnogr.). Leiden. Brill. 1917, blz, 67 en passim. N. wijkt echter ook van T. af. Zie daarvoor beneden.

2) E. D u r k h e i m, Examen critique des systèmes classiques sur les origines de la pensée religieuse. Revue philos. 67. 1909, blz. 23V.

Sluiten