Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afrikaansche bekeerlingen: „I know no more distressing thing than to see an African couvert brought face to face with that awful tbing we are usèd to, the problem of an omnipotent God and a suffering world. — An African cannot say, as so many Europeans evidently easily can: Oh! that is all right from a religious point of view, but we must be practical, you know; and it is this fact that makes me respect the African deeply and sympathise with him" 1 ). Hier dus niet alleen ernst en diep gevoel bij den primitieve, maar ook dat willen worstelen met een ho'ogeren wil, dat ,,Ik laat u niet los, tenzij gij mij zegent", dat, naar ons nu wel steeds duidelijker wordt, aan het animisme ten grondslag ligt.

Ten slotte d r. Adriani: „De (primitieve) godsdienst ligt op straat, op het veld, in de natuur, ja, overal, en dit zou men een groot voordeel kunnen noemen. De volken, die in het animisme verkeeren, blijven bewaard voor het afzonderlijk houden van den godsdienst, waardoor hij zijn invloed op het dagelijksch leven verliest en tot een geestelijke weelde van denken, gevoelen, stichting en verheffing wordt, ■waarin men kracht opdoet om die in het dagelijksch leven weder te gaan verbruiken, zooals men doet met de gezondheid, die men op een badplaats heeft opgedaan" 2 ).

Alle drie getuigenissen zeggen ongeveer hetzelfde: Het animisme w i 1 God, wil een wil vinden in alles, ondanks alles. Het is bij uitstek werkelijkheidsreligie. Ik weet wel, dat dit niet geldt van den eersten den besten animist, ook niet van het doorsnee-animisme van heden; zoo min als een appreciatie van het Christendom zich richt naar een willekeurigen Christen of het doorsnee-Christendom van heden. Ik weet bovendien, dat tegenover deze waarden gevaren staan, waar ik zoo dadelijk op terugkom. Maar dat ontneemt aan die waarden zelf niets.

') Ma ry H. Kingsley, West-African Studies. London. 1899, blz. 126 v.v.

2) N. A d r i a 11 i, Het animistisch heidendom als godsdienst. 's-Gravenhage z. j., blz. 30.

Sluiten