Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gemeente en in den huiselijken kring van dien Br. door te brengen.

Te Soerabaia gekomen was mijne eerste gedachte: Módjó-warnó. Daar ik evenwel heel wat zaken in de Btad te doen had, om de zoo noodzakelijke inkoopen te doen, kon ik tot mijn spijt maar één dag voor een bezoek aan Br. A. Kruijt afstaan; immers ik zou liefst met deze boot meteen doorgaan, daar deze tijd wel 't geschiktst geoordeeld werd om de reis naar Savoe te maken , en mijn goed nu eenmaal aan boord was; door het overladen en weder overladen kon 't niet dan lijden.

Hoe is Módjö-warnö veranderd! Het was nu ruim 16 jaar geleden, dat ik 't ook bezocht. Hoe schoon, doelmatig zijn die kerk, de school, de kapanditan en omgeving! Inderdaad 't mag worden gezegd en herhaald: Mödjó-warnö is het pronkjuweel der zending-staties op Java, zoo niet in den Indischen Archipel. Ook had ik 't voorrecht Br. Rookek van Tondano hier te ontmoeten. Br. A. Kbuijt is naar mijn inzicht een zeer bekwaam zendeling, wel berekend voor het moeielijke doch schoone werk te Mödjp-warnó.

De reis over Makassar, Bima, Mauméri, Larantoeka, naar TimorKoepang was voor mij in de Oost moeson wel zoo moeielijk als van Marseille naar Batavia. En wat moet het dan niet in de West^ moeson zijn! Maar ik ben dan ook een onverzoenlijke vijand van de zee.

Bima is eene plaats op Soembawa, heeft een prachtige haven en nog twee forten der Portugeezen. Mauméri en Larantoeka zijn twee plaatsen op Flores, een eiland dat vruchtbaar is en rijk aan bronnen van welvaart, o.a. tin en steenkolen.

Gaarne zou het Gouvernement ontginnen, maar het bijgeloof der bewoners verhindert dit tot hiertoe. De machtige goden van bijgeloof en diepe onkunde en de weinige behoeften dier eenvoudige natuurmenschen bewaken dezen berg, tenzij dan, dat de Regeering door voldoende macht, deze goden verjagen en 't gulden vlies bemachtigen kan. Flores wordt op deze en andere plaatsen bearbeid door Rome. Ik trof er ongeveer een tiental pastoors aan. Zij werken in gemeenschap op verspreide posten, en kunnen elkaar zoo ten allen tijde bijstaan. Ik trof er moedige, knappe, flinke mannen aan; zy trekken de bevolking, vooral de kinderen, door kleederen, voedsel, huisvesting, enz.

Ik zag rijen van kinderen naar school gaan, allen in dezelfde eenvoudige zindelijke kleeding, een treffend gezicht op deze eilanden , zoo woest en ledig.

Sluiten