Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1888. M11.

MAANDBERICHT

VAN HET

Nederlandsche Zendelinggenootschap.

(Gesticht in 1797.)

(90 8t * Jaargang.)

INHOUD.

1. JAVA, Mödjö-warnö, Kediri en Madioen. — 2. Woorden, die behartiging verdienen. — 3. Onze Broeders J. K. WIJNGAARDEN en A. HULSTRA. — 4. De bezorging van onze Maandberichten. — 5. Lijst van giften enz.

JAVA.

Mödjö-warnó, Eediri en Madioen.

Op Java waren, eenige weken geleden, veler oogen met bijzondere belangstelling gevestigd om de verontrustende berichten aangaande de gruwelijke moorden, iu het Bantam9che gepleegd. Met ontroering lazen wij in de dagbladen, dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen de slachtoffers werden van hen, die zich te recht of ten onrechte verongelijkt achtten. Wij matigen ons over de oorzaken van dat betreurenswaardige oproer geen beslissend oordeel aan, maar kunnen toch de vraag niet weerhouden, of mohammedaansch fanatisme ook hier niet in rekening moet worden gebracht.

Hadden die treurige gebeurtenissen plaats op West-Java, aangenaam is het ons, u een en ander te kunnen mededeelen aangaande den aanvankelijk gezegenden arbeid onzer zendelingen i. kkuyt en c. poensen op Oost-Java. Zij zijn ontleend aan het «verslag aangaande den werkkring Mödjó-warnö over het jaar 1887", door den eerstgenoemde, en aan de »mededeelingen betreffende de zending in Kediri en Madioen" gedurende datzelfde jaar, door Br. poensen.

11

Sluiten