Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkelden. Onder geleerden, studenten, staatsbeambten en beschaafde vrouwen zijn er velen, die hunne ingenomenheid met het Christendom betuigen, en tot de bewustheid komen, dat het aan de diep gevoelde behoeften der zielen bevrediging schenkt. Dit is te meer van belang, omdat er, bij den trap van beschaving, dien Japan heeft bereikt, veel spoediger dan elders, geschikte en bekwame voorgangers uit de inlanders kunnen worden gevormd, gelijk dan ook reeds velen eene eervolle plaats in de gemeenten bekleeden. Daardoor zal het Christendom, (Joor eigen landgenooten verkondigd, veel eerder eene inheemsche plant kunnen worden. En bij het ernstig streven, dat overal wordt opgemerkt, om in ontwikkeling de westersche volken op zijde te komen, maar zonder van hen afhankelijk te blijven, zal het Evangelie te gereeder ingang vinden, als het in Japan door Japanners gepredikt wordt. Zoo zijn er dan ook reeds gemeenten, die geheel in hare eigene behoeften voorzien, zonder hulp van buiten, en heeft zich reeds eene vereeniging van inlanders gevormd, om het Christendom onder het volk te verbreiden.

Maar is het nu enkel zonneschijn in dat rijk der «opgaande zon", en gaat het zendingwerk er zonder bezwaar en belemmering voort? Neen zeker niet. Geen overwinning zonder stryd; het Christendom verovert de wereld niet zonder tegenstand. Ook hier wordt het woord des Heeren bewaarheid: dat Hij niet gekomen was om vrede te brengen op aarde, maar het zwaard. De tijd der bloedige vervolging is, Gode zij dank! voorbij, nu de vrijheid van godsdienst van staatswege is afgekondigd; maar menigvuldig blijven de bezwaren, en groot is nog de tegenstand. Het heerlijk werk is nog eerst begonnen. Rekent men 60,000 evangelische christenen, in zoo korten tijd bekeerd, 't is reden om God voor dien schoonen aanvang te danken, maar 't is nog een klein O o kuddeken, onder een volk van 34 millioen zieien. De meesten van hen, die er nu toe behooren, mogen wel geacht worden uit innerlijke overtuiging te zijn toegetreden ; maar als de

Sluiten