Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Het was bijna een jaar geleden, dat Pak Kamidjö hem te Soekóramé kwam bezoeken. Na wederzijdsche begroeting had Pak-Min gevraagd: »»Wat mag wel de oorzaak zijn, dat mijn jongere broeder tot mij komt?"" »»Och, kang (oudere broeder)"", luidde het antwoord, »ik ben eigenlijk reizende, om de ware elmoe (geheime wetenschap) te zoeken. »»Wel dat komt goed,"" was het wederwoord, »»ik geloof, dat ik dan mijn' jongeren broeder wel wat op weg kan helpen."" En nu volgde een gesprek over het Christendom, de »agami iugkang oetami" (de volmaakte godsdienst). Een paar dagen en nachten duurde dit gesprek, en eindigde met den raad, om eens Mödjo-warnö (± 6 uren gaans van Randoerëdjö) te bezoeken.

«Teruggekeerd in zijne desa, wist Pak Kamidjö den dorpsschrijver over te halen met hem de reis hierheen te maken. Op beiden scheen toen het Christendom een' diepen indruk te weeg te brengen. Vóór hun vertrek maakten zij nog eens afzonderlijk bij mij hunne opwachting. Naar Javaansch gebruik gaf ik hun bij die gelegenheid, behalve den gewonen heilwensch, Hoezoo's bijbelsche geschiedverhalen met plaatjes mede, als »»teerkost op den weg."" Voorwaar, Gods woord keerde niet ledig weder."

2. Uit het Dagboek van mijn' medehelper Asa Kinian.

(Medegedeeld door Br. W. Hoezoo).

In den avond van Dinsdag den 18 den December '88, bezocht ik Broeder S. in de kampong Kaligawé. Ik vond hem met zijne geheele familie in welstand. Veel spraken wij over kerk koempoelan (godsdienstige samenkomst), over het christelijk onderwijs aan ouden en jongen; ook over het voorbereidend onderricht aan degenen, die tot leden der gemeente wenschen te worden aangenomen; van dit alles trachtte ik het nut en het doel te doen begrijpen. En na vervolgens wat gegeten te hebben, ging ik omstreeks 8£ uren door naar den Heer V., niet ver van

Sluiten