Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1888 ontvingen wij nog geen berichten) het getal gedoopten bedroeg 5497, onder weikeu nog slechts 476 volwaasenen, tengevolge van het gering aantal nog overgebleven heidenen. Tot lidmaten werden aangenomen 1182 catechumenen. Huwelijks-inzegening had plaats van 1111 paren. Het getal genootschapsscholen bedroeg 115, met even zooveel onderwijzers en eenige hulponderwijzers. In de schoollijsten werden opgenomen 7240 kinderen (4400 jongens en 2840 meisjes), van welken 4480 het onderwijs gezet bijwoonden. En de christenen in de Minahassa verleenen hierbij hunne hoog te waardeereu hulp. De vereeniging »Onderlinge hulp", voornamelijk uit vrouwen bestaande, verzamelt bijdragen, vooral tot ondersteuning van scholen, waar zulks door de Zendelingvereeniging noodig geacht wordt. Zij verlicht daardoor de hulp, van wege ons Genootschap aan de scholen te verleenen.

Onze onderwijzerskweekschool, thans te Tomohon gevestigd, onder bestuur van Br. H. C. Krujjt, bijgestaan door de inlandsche onderwijzers W. Soemampou en J. Walintoekan, telde in het begin van het jaar 33 kweekelingen, van welken haar echter 2 door den dood ontvielen, zoodat dit getal aan het einde van het jaar 31 bedroeg. (1) «Afschrijving wegens geringen aanleg," schrijft onze Broeder, »had niet plaats. Er zijn jongelui die niet vlug zijn. Dezen daarom te ontslaan zou onvoorzichtig wezen, omdat zij ijver betoonen. De ondervinding leert maar al te dikwijls, dat de zoogenaamde knappen zelden goede opvoeders zijn. En in de inlandsche school heeft men opvoeders noodig. Deze nu zjjn vaak onder de minder knappen te vinden.

»Het Genootschap, dat ook op het gemoed acht geeft, dient dit in aanmerking te nemen. Het laat, waar zulks wezen moet, vlugheid van bevatting en scherpte van oordeel in het midden, wanneer de jongelingen harten hebben, ontvankelijk voor de liefde Gods in Christus, het groote beginsel van het Evangelie, en die dit beginsel op eenvoudige wijze door handel en wandel in de harten van kinderen en van volwassenen weten in te planten.

»De kweekelingen, van welken iedere Hulpprediker er twee naar de school zond, behooren diensvolgens tot verschillende stammen: 7 tot dien van Tonsea, 10 tot dien van Toumboeloe, 6 tot dien van Tounloër en 10 tot dien van Toumpakewa."

(1) Br. Kruijt zond ons" dezer dagen twee photographiën van het kweekelingenhuis en woonhuis, met^bijgebouwen.

Sluiten