Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evangelische beginselen van ons Genootschap heeft vastgehouden, ook iii dagen, dat er van af te wijken naai' links of naar rechts werd aangeprezen, ook in dagen, dat het succès scheen af te hangen van eene zwenking van oud naar nieuw, van nieuw naar oud. En zijn andere défaut was, dat hij al te methodisch, al te veel eischend te werk ging. Nu daaraan hebben wij te danken, dat, al wilden wij soms wat meer geestdrift in onze zendelingen, hunne veelzijdige ontwikkeling hen den lof deed inoogsten zelfs van niet zending-lie venden.

Mijn broeder! ik heet u hartelijk welkom! De gedachten en gemoedsbewegingen verdringen zich in mij, als ik denk aan den arbeid, dien ik gedurende veertig jaren met mijnen vriend Neurdenburg mocht verrichten voor het werk der zending: zoo heerlijk, maar zoo moeilijk, zoo verheffend, maar ook neerdrukkend, nu eens tot blijdschap en jubelen, dan weder tot droefheid en bange-zijn stemmend. Van het Hoofdbestuur in het jaar 1864, toen Neurdenburg het directoraat aanvaardde, ben ik in deze vergadering, en zijn daar buiten de BB. Prins, Tijssen, Yinke, Craandijk, Scheuer en Niemann de eenigen nog in leven. Waar zijn zij gebleven, die toen en later samenwerkten, een van Teutem, een van Doesburgh, een Wachter, een van Griethuijsen, een van der Pot, en wie ik meer kon noemen? Waar zij gebleven zijn? Bij hunnen en onzen Heiland in het Vaderhuis, van waar zij, als zij kennis dragen van ons samenzijn, uit de wolke van getuigen, waarin zij zijn opgenomen, ons allen en U in de eerste plaats, Br. Weijland, toeroepen: Vat moed! en houd moed! ziende op den Oversten Leidsman en Voleinder des Geloofs. En hierin zullen zij zich ook verheugen, dat Gij omringd zijt door een' kring van mannen, die ééne liefde bezielt voor het Godsrijk, één lust en toeleg, om iets te betalen van de schuld der Christenheid aan de Heidenen.

Want, mijn Broeder! dit kan ik getuigen, dat al de jaren, die sinds 1864 verliepen, in deze Hoofdbestuursvergadering en in de Uitvoerende Commissie, o ja, verschil van meening is geweest en zich, als het moest, ook mannelijk heeft uitgesproken, maar nooit het vertrouwen, dat wij op elkander hadden, geschokt is of eenige bitterheid zich heeft ingeworteld.

Ontvang de verzekering, dat wij allen U met liefde en vertrouwen ontvangen. Moge het U gegeven worden, dat

Sluiten