Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden aankomen of nog eenige tientallen dagen rondzwerven.

In weerwil van al het meer dan prozaïsche aan boord, hadden we ook poëtische oogenblikken. Niet alleen dan wanneer ik mijn zendinggezelschap in den morgen vereenigde tot gemeenschappelijk gebed, bijbellezen en zingen, maar ook wanneer wij met ons tienen 's avonds gezeten waren op mijne op het dek geplaatste kasten en tafels, die niet in het ruim konden. En terwijl dan een zeer zachte landwind het schip zeer langzaam voortstuwde, of ook, bij gebrek, daaraan de schoener stil lag, zongen we gezamenlijk uit volle borst de wijzen van "Een trouwe Vriend woont in den hemel", //Klein vogelein op groenen tak", //Er ruischt langs de woken", afgewisseld met //Wien Necrlaridsch bloed", //Wilhelmus van Nassau wen", //Ik had een' wapenbroeder", enz. Dan week de dikwijls gedrukte stemming, en waren we recht opgewekt.

Eindelijk brak de negentiende dag van onze ongelukkige reis aan (18 Dec.) en daarmede ook de uitredding. Ik had om elf uur juist miju bord rijst met een stukje viscli verorberd, toen de //officier van de wacht" (tractement ƒ 10,-— 'smaands!) uitriep: //een stoomboot!" Ik keek, en jawel aan den verren horizont was wat rook te zien, maar van de boot zelf zagen we nog niets. Het kon niet anders dan de Gouvernements stoomboot zijn, en ongetwijfeld met Jo en Jan (de kleine) aan boord. Toen maakte de vrees zich van mij meester, dat men ons op de boot niet zou zien, en Jo zou dus naar Posso gaan — om een leeg huis te vinden! Maar God verhoorde mijn gebed. Nog op grooten afstand zijnde, zag ik, dat de boot den steven wendde en recht op ons aanstoomde. ik liet mij in een klein prauwtje er heen roeien, en daar mocht ik mijne Jo en ons kind weêr in de armen drukken. De commandant van de boot was alleraardigst. Hij liet dadelijk de sloep strijken, en zeide, dat ons heele gezelschap nu maar aan boord moest komen, met de goederen, die wij dadelijk noodig zouden hebben. De rest moest de kaptein van den schoener maar overbrengen naar Posso (de commandant deed alles weêr gratis!). Er heerschte natuurlijk algemeene vreugde. Toen ons voornaamste goed en al de personen over waren, ging de boot weer onder stoom.

Sluiten