Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het nabijgelegen Koepang; er bleef hem niets over dan naar Java te gaan. Daar vond hij "verademing en herstel ten huize van Br. J. Kruijt, zoodat hij den 3 den November naar Savoe kon terugkeeren. Op de terugreis ging hij op twee plaatsen van liet eiland Soeinba aan wal, en bezocht daar de beide zendingposten der Koomschen (Maoemori en Larentoeka), waar hij met alle vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen en rondgeleid werd. (I) Met frissche krachten keerde hij tot zijn'' arbeid op Savoe terug.

Staan wij nog even stil bij dien arbeid. Hij deelde ons daarvan het volgende mede: //Mijne werkzaamheden beginnen 's morgens om half zeven met les geven aan een vijftal van mijne verstgevorderde leerlingen. Na het ontbijt volgt de behandeling van de zieken. Ik wijd daaraan veel te weinig tijd; van ziekenbezoek komt bijna niets, en dit is toch zoo noodig; men neemt de menschen er zoo meê in; zij zien den leeraar zoo gaarne bij zich aan huis; het opent hunne harten zoozeer, vooral als men met hen spreken kan. Ten 10 ure ga ik naar de school, die 1-30 a 140 kinderen telt, en die ik niet aan de leiding van de kweekelingen kan overlaten, 's Middags om 4 a 5 ure heb ik weêr les met een vijftal Savoeneesjes, jongens van 10 tot 15 jaar. Het was van den beginne mijn toeleg Savoeneesche jongelingen tot voorgangers op te leiden. Voorts heb ik nog catechisaties en de perhimponan (de bijeenkomsten, die men in de Minahassa kompoelan noemt). He avonden heb ik dikwijls noodig tot voorbereiding en het nazien van werk. Hoe weinig tijd blijft dan over voor de studie! Moet ik naar de buitengemeenten, dan staan de lesseu stil, en dit werkt zeer nadeelig. 1 '

Toen zijne Dina nog leefde, nam zij deel aan eenige werkzaamheden, hield toezicht en wat het meest zeide, zorgde voor huis en hof, zoodat haar man, als het werk was afgeloopen, rust kon vinden in eigen huis, zich verpoozen kon van den dagelijkschen arbeid door het verkeer met eene geliefde echtgenoot. (Teen arbeid was hem te veel; maar dat gemis van verkeer, die eenzaamheid was op den duur niet te dragen.

(1) Zie Maandbericht 1892, pag. 42 e.v.

Sluiten