Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen der leerlingen, die ook niet uitmunten door getrouw schoolbezoek, niet anders dan gering kunnen zijn. Het was trouwens te verwachten, daar het vier jaar lang aan leiding heeft ontbroken. Br. Letteboer heeft dan ook dadelijk het zijne er toe gedaan om verbetering in den toestand te weeg te brengen. Den drie goeroes Pantouw, Riwo Lobo en Lomïoliu heeft hij aangezegd, dat zij examen moeten doen tot verkrijging van het diploma voor inlandsche onderwijzers, en aan Riwo Lobo, een Savoenees, droeg hij op om 2 dagen in de week onderwijs te geven in de Savoeneesche taal. Tot nogtoe toch werd steeds onderwezen in het Maleisch en dit wordt door de meeste kinderen niet begrepen. De maatregelen, genomen om het geregelde schoolbezoek te bevorderen, werkten reeds gunstig. Er is echter nog een ander bezwaar, waarop Br. Letteboer in zijne brieven telkens terugkomt: er zijn te weinig onderwijskrachten. Reeds in zijn eerste schrijven verzocht hij dan ook de toestemming van het Bestuur om nog een onderwijzer uit de Minahassa te doen overkomen, hetgeen is toegestaan.

Evenmin valt van de kerkelijke godsdienstoefening veel goeds te zeggen; ook hier werkt het ongunstig, dat goeroe Pantouw slechts in het Maleisch kan prediken, zoodat een der diakenen steeds als vertolker inoet dienst doen. Onze zendeling tracht ook op dit gebied zooveel mogelijk verbetering aan te brengen en voelt zeer de dringende noodzakelijkheid om zich zoo spoedig mogelijk in het Savoeneesch te bekwamen Op Dinsdag 9 Juni hield hij met de goeroes van Seba, den ouderling, de drie diakenen en de vier diakonessen zijn eerste kerkvergadering, die van 6 tot 10 uur duurde; en op 21 Juni hield hij zijn eerste Maleische preek, met doopsbediening. Omtrent de laatste volgt hij de gewoonte van wijlen Br. ^ Wijngaarden , om eerst de kinderen, in het huwelijk geboren, te doopen en daarna op den volgenden Zondag die, welke buiten het huwelijk geboren zijn.

Twee dagen na die eerste preek ving Br. Letteboer zijn bezoekreis aan,-maar de indrukken, die hij van de verschillende gemeenten ontving, waren geenszins verkwikkelijk. In Timoe Bodaï was indertijd de school gesloten ten gevolge van het ontslag van goeroe Watimena ; zoo bleef' dus alleen de kerk over en die bevond zich in een allertreurigsten staat. De

2*

Sluiten