Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vooronderstelling deelen wij thans het belangrijkste daaruit mee en laten onzen Broeder zelf spreken, slechts hier en daar eene enkele opmerking daarbij voegende:

Den 5 den Augustus, zoo schrijft Br. Kkuijt , was dan alles voor onze afreis gereed. Enkele dagen vooraf hadden Adriani en ik nog eene belangrijke samenkomst met onze goeroes gehad en had ik mijn werk in handen van mijn vriend en broeder overgegeven, zoodat ik daarover niet de minste zorg behoefde te koesteren.

Het weer was onstuimig, de zee ruw, zoodat de //Tomini", het stoomschip waarop de reis zou worden aangevangen, geweldig stampte. Den nacht brachten wij boven op het dek door, maar des morgens werd de storm nog heviger, zoodat de golven over het voorschip sloegen. Vrouw, kinderen en kindermeid werden allen zeeziek; gelukkig dat ik vrij bleef, zoodat ik de zieken kon bedienen.

Daar wij te vier uur van Posso waren vertrokken en de boot 24 aren noodig heeft om Gorontalo te bereiken, begonnen wij weldra te vreezen of wij de mailboot wel zouden halen, die den ö den 's avonds van Gorontalo zou vertrekken. En onze vrees werd maar al te zeer verwezenlijkt. Door tegenwind en stroom verhinderd waren wij dien dag 's avonds om half zeven, toen het donker was, nog 9 mijlen van Gorontalo verwijderd. En daar zagen wij twee lichten de reede verlaten, de mailboot stoomde weg; wegens de donkerheid konden wij geen seinen geven, en toen wij te 8 uur het anker voor Gorontalo uitwierpen, hadden wij reeds de zekerheid aldaar 20 dagen te moeten wachten op de volgende boot.

Gelukkig kwamen wij daar niet onder vreemden (Br. Kruijt had daar vóór zijn vertrek naar Posso geruimen tijd met de zijnen vertoefd en ook later tot herstel van gezondheid eenigen tijd) en wij vonden gastvrije opname bij de familie Mahieu, die oude en goede kennissen van ons. De Heer des huizes was afwezig naar Menado, maar Mevrouw maakte het ons zoo aangenaam als wij maar konden wenschen.

Den volgenden morgen meldde ik mij aan bij den AdsistentResident, den Heer Wesïra , die mij hartelijk ontving en zich naar de toestanden te Posso belangstellend informeerde. Ik

Sluiten