Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ons, met dien spreekt men veel vrijer en vertrouwelijker. Steeds dring ik er bij de gemeente op aan, dat men zich het Christendom niet schame, maar met Mohammedanen er over spreke, er van vertelle. Slechts enkelen doen dit. Werkte eeu ieder naar zijn vermogen mede, wie weet of er onder des Heeren zegen niet meerderen tot ons zouden overkomen. Spoor ik onze Christenen hiertoe aan, dan ontvang ik meestal zonder onderscheid ten antwoord: „ja mijnheer, wij zouden wel willen, maar wij zijn maar eenvoudige landbouwers, wij zijn niet knap, wij durven niet, voelen ons daartoe niet sterk genoeg, dat kunnen wel de voorgangers en de onderwijzers doen, maar wij niet". Van dit gevoelen is men niet af te brengen.

In financieel opzicht deed men meer dan vroeger. Van bewaarscholen, gebouwd of te bouwen van eigen middelen, werd reeds gesproken. De collecten brachten in den laatsten tijd meer op. Swaroe droeg een gedeelte van de schuld af, en betaalde het halve tractement van den voorganger Kjai Adrian.

Met blijdschap zie ik terug op het eerste jaar mijner werkzaamheden. De teleurstellingen en moeielijkheden waren vele, doch daarentegenover stond zooveel dat mij verblijdde en bemoedigde. Lof en dank zij den Vader toegebracht, die mij zegende en sterkte. Met moed en vol vertrouwen op Hem treden wij het nieuwe jaar in, hopende dat de donkere wolken, die boven het Genootschap hangen, mogen voorbijdrijven, opdat wij, goed gesteund door de vrienden in het Vaderland, met kracht zullen kunnen voortarbeiden aan de komst van Gods Koninkrijk, ook op Java. Dat 1897 voor ons een blij feestjaar moge zijn door de herdenking van het eeuwgetijde des Genootschaps, maar moge dat jaar ook bovenal ons verheugen door de toetreding van velen, die den Heiland als hun Heer en Zaligmaker leeren liefhebben! Moge God onzen arbeid rijkelijk zegenen! Op Hem zij al ons vertrouwen gesteld, Hij zal ons niet beschamen!

Met ingenomenheid zal men van dit alles hebben kennis genomen. Wij brengen onzen broeder van uit de verte een groet van sympathie en bidden hem toe, dat het hem gegeven worde voort te gaan op den ingeslagen weg.