Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ben woord van lof voor Mejuffrouw W illemsz mag hier niet achterwege blijven. De ongekunstelde uitingen van droefheid door de schoolkinderen bij haar vertrek, waren wel het beste getuigenis, dat haar kon worden medegegegen, vooral voor de wijze, waarop zij met en voor de kinderen wist te leven. 13e liefde der jeugd is een prijs, die niet ieder ten deel valt, die onderwijst. Onze taak is niet afgeloopen, wanneer de schooluren om zijn; dat wordt wel eens over het hoofd gezien, als ook dat kinderen, die op een kostschool zijn, nog meer recht op en behoefte aan liefde hebben, dan op een gewone school het geval is.

Gedurende het verslagjaar werd, behalve door den Directeur en de beide onderwijzeressen, Mej. Schrieke en Mej. Willemsz (later Mej. v. Dijken ), in de school onderwijs gegeven door de penoeloengs van den Heer Louwerier , waarvan de een les gaf in de aardrijkskunde van de Minahassa en de ander in de Maleische taal aan de middelste klasse. De hoogste klasse ging onder leiding van den ondergeteekende verder met het Maleisch. L)e Heer Louwerier bleef, ondanks zijn drukke bezigheden, een uur beschikbaar stellen voor de Hollandsche catechisatie; slechts twee meisjes vallen op 't oogenblik in de termen om daarvan te profiteeren. Waar ik zulks vroeg, was hij steeds bereid mij met raad en daad ter zijde te staan. Zijn meerdere kennis van volk en gebruiken zijn mij vaak van grooten dienst, waar het geldt in moeielijke gevallen een beslissing te nemen. Ook de opleiding in de huishouding ging geregeld voort, steeds onder de bijzondere leiding der Directrice: een 13 tal meisjes namen daaraan in het afgeloopen jaar deel. Een der kostineisjes, een dochter van den Heer Brouwer , hulpprediker van Langowan, bezocht in het laatste halfjaar de school niet meer, doch bleef alleen om verder de huishouding te leeren.

De resultaten van het onderwijs in de verschillende onderdeelen kunnen, de tijd in aanmerking genomen, dien de kinderen iu de school hebben doorgebracht, bevredigend genoemd worden. Het is hier als overal, er zijn martelaren en profeten, doch martelaren het meest; toch valt er over den ijveren opgewektheid, waarmede de meisjes haar werk doen, over 't algemeen niet te klagen, al zijn er ook wel bij, die zoo nu en dan wel eens een extra aansporing behoeven. Ook zijn er, die met den besten wil niet meekunnen, doch ook op dezulken blijft de omgeving niet zonder invloed, ook voor haar kan de school een zegen worden. Wij mogen bij ons onderwijs niet vergeten, dat het hoofddoel der opleiding is en blijven moet de vorming der meisjes; het eigenlijke onderwijs is daaraan ondergeschikt als middel, een hoofdmiddel wel is waar, maar dat toch nooit voor het doel in de plaats mag treden.