Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Genootschap ondervond, in de eerste plaats zien Gods werk. God was het Die ons vaak beproefde, en God Die ons vertroostte. God was het Die menschen beschikte om onzen weg te bemoeielijken, God, Die anderen aanspoorde om dien te effenen. God was het, Die Zijn Rijk opbouwde en daarvoor ook onze zwakke krachten wilde gebruiken. En wanneer wij ons dit alles herinneren, dan vereenigen zich al die stemmen, die in ons hart weerklinken, tot één loflied ter eere van den Heer; dan vinden wij onze stemming terug in de woorden van den psalmdichter, als hij ons vermaant geene van Gods weldaden te vergeten, en zingt van een God, Die „uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends."

Uw jeugd vernieuwt als eens arends. Wij bedoelen, terwijl wij dit schrijven, niet dat ons Genootschap een verjongingskuur zou moeten ondergaan als een oude afgeleefde; maar wèl denken wij daarbij aan ouderen die heengingen, en die ons grootelijks doen verlangen naar jonge krachten (wij zeggen krachten), die de opengevallen plaatsen kunnen innemen.

Toen ons vorige verslag werd opgesteld, werd daarin nog melding gemaakt van onzen Broeder W. Hoezoo , als behoorende tot de levenden. Maar toen het ter Jaarvergadering den Bestuurders in handen kwam, wisten zij reeds, dat hij was ingegaan in de vreugde zijns Heeren. Een meer bevoegde pen, dan die van den steller van dit verslag, heeft reeds dien eerbiedwaardigen grijsaard herdacht, die zijn moeilijk werk met zooveel eenvoudige, oprechte toewijding heeft verricht. (Men zie daarover de Maandberichten en Mededeelingen des vorigen jaars.) Hij was een man, die „zijn stem op de straten niet deed hooren", en die dit gemeen had met zijn Meester, dat in 't oog der wereld zijn arbeid geheel of bijna geheel vruchteloos schijnt. En toch, hoezeer zij mistast, dat blijkt, dunkt ons, zonneklaar als Br. J. Kruyt van Hoezoo schrijft, dat een inlandsche christin stierf met de woorden uit een der javaansche kerkgezangen van Hoezoo op de lippen; en als hij in 't algemeen vermeldt, dat deze gezangen zijn opgenomen in hoofd en hart van talloos velen. Voorwaar, een man, die zijn stempel heeft weten te drukken op het kerkgezang eener wordende gemeente, bekleedt een gansch zeer benijdbare plaats onder de „wolk der getuigen".

Sluiten