Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschenk van f 100,— aanbood; door don zendingsdi rector Adriani, van Utrecht, namens de Utrechtsche Zendingsvereeniging, mede met overhandiging van /' 100,—, hij Ds. Nahuys te Zeist ingekomen; door den lieer Noorlander, als vertegenwoordiger van den Bond van Hulpvereenigingen, met aanbieding van een fraaien presidentshamer als feestgave; door Ds. Schart en, van Amsterdam, als afgevaardigde van het Nederlandsch Bijbelgenootschap, en door de II.H. Viénot en Wiirtz, als afgevaardigden resp. van het Frarsche en het Bazeler Zendingsgenootschap. Al deze sprekers werden door den Voorzitter op gepaste wijze beantwoord en bedankt, waarna de overige toespraken tot de avondbijeenkomst werden uitgesteld, en de Heer A. Kruyt, zendeling-leeraar te Mödjö-warnö, het woord ontving, om uitvoerige en belangrijke mededeelingen aangaande den arbeid op dien post in het jaar 1896 te doen.

Met dankzegging door den Voorzitter en het zingen van Gezang 83 : 6 werd deze feestelijke samenkomst besloten.

Des avonds ten 7 ure werd de Algemeene Vergadering in de Groote Kerk gehouden, die door een talrijke schare bezocht en door het heerlijk orgelspel van den Heer van 't Kruvs, alsmede door welluidend koorgezang met koperbegeleiding, onder directie van den Heer G. H. Vijgeboom, opgeluisterd werd. Nadat van Psalm 100 het koor vers 1 en 3, de gemeente vers 4 gezongen had, opende de Voorzitter der Jaarvergadering ook deze bijeenkomst met toespraak en gebed, waarop het koor een lied zong van Dr. E. I /auriHard, te Amsterdam, op muziek gezet door G. H. Vijgeboom. Als redenaar trad op Dr. A. J. Th. Jonker, van Dordrecht, die tot grondslag nam het woord des lleeren, Mattheiis 16 : 18c*: „De poorten der hel zullen dezelve (Mijne Gemeente) niet overweldigen." liever dan losse grepen te doen uit deze geestvolle, pittige, aangrijpende rede, die van het levende woord slechts een zeer onvolkomen indruk zouden geven, verwijzen wij de belangstellenden naar het gedenkboek der feestviering, dat door de zorgen van het Hoofdbestuur eerlang in liet licht verschijnen zal, en waarin ook deze rede in haar geheel zal worden opgenomen.

Na de rede, die met het zingen van Gezang 50 : 1 en 4 door de gemeente afgewisseld was en opnieuw door koorgezang - woorden van Dr. Laurillard, muziek van den Heer Vijgeboom, - gevolgd werd, sprak de Voorzitter een treffend slotwoord en nagebed, waarop het koor nog eenmaal zong de woorden van Psalm 24 (onberijmd) vers 7-10, en na het gemeenschappelijk aanheffen van Gezang 245 : 2 de vergadering met zegenbede besloten werd.

Sluiten