Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam ten laatste een uitvoerig schrijven bij mij in van den Directeur van het Dep. van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, onder wien ook de afdeeling geneeskunde ressorteert, waarin o.a. gezegd werd, dat de aangevraagde artikelen een waarde van f 2800,— vertegenwoordigden en de aanvrage zelve niet was overeenkomstig den geest van het gouvernementsbesluit, (lat de kostelooze verstrekking van geneesmiddelen aan godsdienstleeraars enz. bepaalt. Derhalve achtte de Directeur van O. E. en N. zich niet bevoegd aan een kostbare aanvraag om geneesmiddelen voor een ziekengesticht onder beheer van zendelingen gevolg te geven, alvorens ter zake liet welmeenen der Eegeering te hebben gevraagd. Echter had Z.HoogEd.Gestr. mijn aanvraag der Regeering aangeboden, met het voorstel hem te vergunnen daaraan gevolg te geven, met dien verstande, dat door de beslissing niet zou worden gepraejudicieerd voor het vervolg. Alvorens aan eventueele verdere verzoeken om ruimere verstrekkingen dan tot dusverre gebruikelijk waren gevolg te geven, wenschte men te weten in hoeverre er urgentie bestond om van Eegeeringswege in alle behoeften van geneesmiddelen ten bate van ons ziekenhuis tegemoet te komen. Dienaangaande zou het oordeel van den Resident van Soerabaja worden ingewonnen, terwijl mij verzocht werd een rapport uit te brengen, inhoudende een ramingvan de vermoedelijke jaarlijksche behoeften, onder mededeeling van de beschouwingen, waartoe die raming aanleiding geeft. Er zou voorts nagegaan moeten worden, of de zending niet geacht kan worden over voldoende geldmiddelen te beschikken om althans in een deel der behoeften te voorzien. Aanvankelijk bleek dus de stemming der betrokken autoriteiten verre van ongunstig."

Br. Bervoets voldeed natuurlijk aan het verlangen der Eegeering, diende een uitvoerige memorie in, en het resultaat was, dat op 9 September 1895 in het Ziekenhuis arriveerden 23 groote kisten, „prachtig verpakt en geheel vrachtvrij." Br. Bervoets schrijft verder:

„Waarlijk, wij hebben er den Heer vurig voor gedankt en alles als uit Zijne hand aangenomen. Voor zoover inenschen aan deze gelukkige beslissing hebben bijgedragen, zijn wij enorm veel verschuldigd aan den steun en de goede gezindheid van den GouverneurGeneraal ; want Zijne Excellentie heeft ten slotte in deze beschikking geheel alleen de eindbeslissing gehad, en de bekendheid met MödjöWarnö en zijn beslist uitgesproken belofte van steun en bevordering onzer zaak, hebben ongetwijfeld er veel toe bijgedragen om Z. Exc. er toe te brengen mijne aanvrage onverminderd goed te keuren.

Intusschen zijn wij hiermede slechts voor een jaar geholpen, want uitdrukkelijk staat vermeld, dat deze verstrekking niet zal praejudicieeren voor het vervolg."

Maar, onze ijverige zendeling zat niet stil. Dezen zomer ontvingen wij nader bericht aangaande deze gewichtige zaak, waaruit wij het volgende overnemen:

„Sedert de eerste kostelooze verstrekking van geneesmiddelen in '95, zijn er nog eenige missieves tusschen ons en de Eegeering gewisseld, naar aanleiding van allerlei inlichtingen, die men wenschte te vernemen aangaande de behandeling van patiënten enz. enz., en over de welgesteldheid van Mödjö-warnó's bewoners en voorts over

Sluiten