Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de bedoelde school geschikt zijn. Mejufvroow wraij onderwees velen in het lezen des Bijbels en in het naaijen; en zouden wij hen dan nu aan hun lot overlaten? Zouden wij niet trachten door de oprigting eener school hen tot nuttige burgers te vormen? "

Uit eencn brief van den Zendeling g. f. a. gericke , gedagteekcnd Soerabaija, 24 Oetober 1832.

„ Groot was mijne blijdschap, toen ik , te Soerakarta aangekomen, na meer dan tienjarige afwezigheid, in dit vreemde land mijnen broeder wederzag. Mijn verblijf bij hem was voor mij van het grootste belang; want hij heeft mij niet alleen onderrigt, hoe men in dit heete klimaat zijne gezondheid kan bewaren; maar ook, wat voor den Zendeling zoo gewigtig is, hoe men zich in het algemeen jegens de Europeërs en bijzonder jegens het Gouvernement te gedragen hebbe, om derzelver achting te verwerven. Zoodra die kennis den Zendeling ontbreekt, wordt niet alleen de groote zaak benadeeld, maar hij zelf wordt het voorwerp der bespotting, en zoo wordt hem zijne op zichzelve reeds moeijelijke taak door de Christenen nog moeijelijker gemaakt. Overal, maar inzonderheid in deze gewesten , heeft de Zendeling noodig dagelijks te bidden: „ Heer ! geef mij wijsheid, om ter regter tijd te spreken en te zwijgen! " Ten einde het karakter, de zeden en gewoonten der Javanen en der overal verstrooide Maleijers te leeren kennen, heeft mijn broeder eenige reizen met mij gedaan, en ik heb bevonden, dat deze zoo wel als genen zeer vreedzaam onder en met elkander leven. Hunne zeden staan met hunne zedelijke ontwikkeling in evenredigheid. Van de Mahomedaansche Godsdienst, die zij allen belijden, verstaan zij weinig of niets , behalve dat zij zich van eenige spijzen onthouden,

Sluiten