Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunner voorouders te blijven aankleven, en hunne afgoden te vernieuwen (i)."

Den 3o s 'e" werd onze broeder door de koorts aangetast, waarschijnlijk, gelijk hij schrijft, ten gevolge der aanhoudende vermoeijenissen en onaangenaamheden, welke hij ondervond. Ofschoon zoo veel mogelijk zijn werk op den Zondag verrigtende, konde hij het echter op den 9 den October eerst weder geheel opvatten. „ Ik sprak," dus schreef hij op dezen dag, „ over Luk. XVI: 19—31. De opkomst was talrijk, ook wordt de namiddag- en avondgodsdienst in mijne woning vlijtiger dan ooit bezocht. Velen hebben voorgenomen hunne negerijen te verlaten en woningen in de nabijheid van mijn huis aan het strand te bouwen. Het ziet er hier echter nog droevig uit. De gevolgen van den opstand blijven nog voortduren, en vervullen aller hart. Onder dit alles geeft mij de Heer hier en daar stoffe tot blijdschap. Het Opperhoofd, dat door dezen oorlog in groote moeijelijkheid gekomen is, schijnt van de afgoderij, aan welke hij te voren zeer verslaafd was, genezen te zijn. Hij maakt thans getrouw gebruik van elke gelegenheid tot godsdienstig onderrigt. Dezen avond, toen de godsdienstoefening geëindigd was, zeide hij tot allen , die daarbij tegenwoordig waren: „ „ Wij hebben vroeger onzen leeraar bedrogen. Wij heb(1)

Tot opheldering diene, dat de zoogenaamde Christenen, welke onze broeders op deze eilanden vonden, zich boven hunne heidensche volksgenooten ver verheven achten, en evendaarom ongaarne zien, dat deze met hen in gelijken rang komen.

Sluiten