Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan welke zij oorspronkelijk gezonden waren, in woeste streken diep ellendig omdwaalden. Daar drong hen de liefde, om- dezeongelukkigen terhulpe te snellen. Zij reisden eerst naar waterboer , den hoofdman van Griquatown , en verkregen, op lnin dringend verzoek, van dezen de vergunning, dat de gansche stam der Baharutzen zich onder zijn gebied mogt nederzetten en daar veilig mogt verblijven, tot dat rusten vrede hersteld waren. Waterboer schreef zelfs aan den hoofdman der Bechuanen , opdat deze dep vlugtelingen den doortogt door zijn gebied zoude toestaan. Nu ontgingen de Zendelingen lemue (i ) en rolland den moeijelijken en gevaarlijken last, om in de woestijn rond te trekken, de vlugtelingen op te zoeken , hun dezen nieuwen en gastvrijen toevlugtsoord aan te bieden, en daarna den ganschen stam daarhenen te brengen» D Zendeling pelissier bleef intusschen bij hunne goederen te Motito. Deze reis, die een nieuw bewijs oplevert van de getrouwe, opofferende cn heldenmoedige liefde dier broederen , wordt ons door den Zendeling lemue aldus verhaald.

„ Reeds acht dagen lang hadden wij ten oosten van Lattakkoo door de woestijn omgezworven en dikwijls eenen langen omweg moeten maken, om rotsen en bergen, op welke wij stuitten, om te jtrekken, toen wij gelukkig eenige Bechuanen ont-moetten, die ons zeiden, waar wij de ongelukkige -Baharutzen vinden zouden. Wij vonden hen niet ver van de //er^-rivier in het kreupelhout gelegerd.

O. Vroeger ichrcvcn wij verkeerdelijk lemus.

Sluiten