Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een anderen hoop van een paar honderd menschen toe, maar moest ook schielijk ophouden, daar eenige beschonken mannen groot gedruisch begonnen te maken. Nog verder voortrijdende, zag ik van verre de plaats, waar een twintigtal menschen door hét vuur, of eigenlijk over glimmende asch geloopen hadden. De rook was nog opstijgende. Dit gezigt bragt mij in eenen ongewonen ijver. Ik begon, terwijl ik voortreed, met luide stem uitte roepen': „ Waar is de hemel? — Waar is de hemel?" De voorbijgangers staarden mij aan. „ Toon mij toch uwen hemel!" hernam ik. Zij lachten. „ Is dit," terwijl ik op de rookende plaats wees „ uw hemel ? Waarom verlaat gij dien dan weder ?" — De menschen begonnen mij nu in menigte te omringen. „ Is dit werkelijk (hervatte ik) uw hemel ? het heeft meer gelijkheid aan liet lielsche vuur, dat voor alle zondaars aangestoken is , die God niet kennen en aan zijn Evangelie ongehoorzaam zijn. En zoodanigen zijt gij! Hier kunt gij, in het werk van uwe eigene handen, als in een beeld aanschouwen, in wat groote ellende gij u storten zult, indien gij op die wijze voortgaat! " Dus sprak ik een halfuur lang. De bijzondere toon van mijne aanspraak had zulk eenen invloed op hen, dat zij voor eenen langen tijd stil toeluisterden, zoodat ik hun den gruwel der zonde en bijzonder dien van de afgoderij, en de barmhartigheid van God, die in Christus de wereld met zichzelven verzoend heeft, regt in onderling verband kon voorstellen. Nadat het duister geworden was hield ik op, en keerde

Sluiten