Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden. Zoo hebt Gij U voor mijne zonden aan het kruis laten nagelen, en zoo hebben zij U de doornenkroon op het hoofd gedrukt. Ja, ook voor mijne zonden hebben zij U de lans in de zijde gestoken. Ja, voor mij ondeugend kind geschiedde dit alles. Vergeef mij daarom al mijne zonden , en laat mij Uw kind, een heilig kind zijn. Gij hebt goedgevonden mij met zulk eene zware ziekte tot straf mijner zonden te bezoeken. Zult Gij mij nu ook al van deze ziekte niet herstellen, zoo vervul toch mijne bede, en schenk mij waarnaar mijn hart verlangt, vergeving mijner zonden. En wanneer dan de ure komt, dat ik sterven zal , neem mij dan, ó Heiland! in Uw schoon paradijs op! Verhoor, ó mijn Heiland! dit gebed van Uw arm kind'" De tranen, waarin het kind telkens stikte, bewezen, dat het alzoo bad uit de volheid des harten.

Wat de Zendeling in 1842 aanteekende omtrent de met zijne Boschnegers stichtelijk doorgebragte stille week zal ook wel beschamend moeten wezen voor de meesten onzer. »Bij de algemeene zamenspreking," dus schreef hij , » met onze gemeenteleden en de nieuw opgeschrevenen voor het Paaschfeest mogten wij weder met lof en dank den genadearbeid van den Geest Gods aan menig hart bespeuren, hetwelk ons ruime vergoeding schonk bij de droevige ondervinding, die wij soms hadden van de vijandschap der Heidenen. Gedurende de stille week, in welke wij de gansclie lijdensgeschiedenis van den Heiland verklarenderwijze af-

Sluiten