Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velden aandragen, en nu begon het akelige gehuil der vrouwen, die hare dooden beweenden. Des avonds begaf ik mij naar het afgebrande dorp. Ik vond de nog overgeblevene Negers ten deele gedachteloos en onverschillig op de straat nederzitten, ten deele bij troepen verzameld rondom een' spreker, die hun voorhield, hoe zij zich aan hunne vijanden wreken of hun verloren eigendom het best terug zouden krijgen, terwijl anderen langs de straat dansten en zongen, alsof hun het grootste geluk was wedervaren. Deze onnadenkendheid en onverschilligheid, omtrent alles wat hen bejegent, gaat bij den Neger alle begrip te boven. En zoo is hei dan geen wonder, dat het zoo zwaar valt hem tot eenig nadenken over zijne arme ziel te brengen; want is hij reeds zoo onverschillig omtrent dingen, die den natuurlijken mensch anders zoo na aan het hart liggen als huis en goed, hoe veel meer moet hij stomp zijn voor alle geestelijke dingen. Bij het verlaten van het dorp moest ik hen meer beklagen over hunne blindheid voor hunne ellende dan over het verlies hunner huizen j want de laatsten kunnen zij, als zij slechts voor eene maand hunne tabakspijp nederleggen, met geringe moeite weder opbouwen.

» Hel bovengenoemde oogstfeest, dat ik nu voor het eerst bijwoonde, is treurig om aan te zien. Acht dagen lang is er geen eind aan het dansen, eten en zwelgen, het schreeuwen en trommelen. De Neger, ook de slaaf, ontslaat zich gedurende dien tijd van allen arbeid, en eet en drinkt en

Sluiten