Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1848. NQ. 11.

MAANDBERIGT

VAN HET

NEDERLANDSCHE ZENDELINGGENOOTSCHAP,

betrekkelijk de uitbreiding van het Christendom , bijzonder onder de

3 B I O E N E N.

NEDERLA1SDSCH OOST-INDIË.

T I M O R.

Konden wij in den laatsten tijd omtrent onzen Zendingspost op Timor doorgaans niet veel anders dan ongunstige berigten mededeelen } en verlangden wij zoo hartelijk, eindelijk eens verblijdend nieuws te mogen brengen, liet beeft den Heer der Gemeente nog niet behaagd, onze bede te verliooren. Timor behoort nog niet tot het vruchtbaarst gedeelte van Gods akkerwerk. Reden te meer, om er met dubbele belangstelling de oogen heen te wenden. Wanneer wij in onze verbeelding van daar terugkeeren, zij liet, om met grooter aandrang voor dat eiland een' dubbelen zegen van den Vader onzes Heeren te. vragen.

Br. donselaar verplaatst ons, door hetgeen hij in zijn' brief van 3 Sept. 1847 mededeelt, naar Bahauw, op zes uren afstands van Koepang. Daar,

11

Sluiten