Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den den Heer, dat deze eerste verkondiging van Zijnen dood een' blijvenden indruk gemaakt hebbe, en eene duurzame vrucht moge dragen.

Belangrijk schijnt ons, wat omtrent Oekabitie, eene plaats ruim drie uren afstands vau Babauw, in het gebergte van het binnenland van Tirnor, berigt wordt. Het is geheel door eigenlijke Tiinorezen bewoond. Den 16 den Aug. bragt broeder donsklaah er een bezoek, waarvan het doel was, niet alleen de plaats zelve te leeren kennen, maar ook den iudruk, dien de opheffing der school daar te weeg had gebragt. Zij had toch niet aan het doel beantwoord, daar er van een dertigtal kinderen slechts vijf of zes een weinig konden lezen en de overigen, waaronder de grootsten, naauwelijks een weinig konden spellen. Het hoofd dezer negorij is volgens broeder donselaar een welgezind man, die vroeger zijne opvoeding te Koepang heeft genoten. Hij zoowel als zijn oudste zoon en vermoedelijke opvolger betuigden hun leedwezen over die opheffing en verzochten dringend, dat de school weer mogt worden hersteld, terwijl zij van hunne zijde wat zij konden tot hare behoorlijke instandhouding zouden doen. De belangstelling dezer hoofden in het schoolonderwijs heeft wel voornamelijk haren grond in hun eigenbelang, daar zij gaarne hunne kinderen, die dan ook steeds getrouw ter school kwamen, onderwezen zien. Daardoor worden zij echter ook tevens gedrongen, hel belang van de kinderen hunner onderhoorigen te behartigen, daar zij wel begrijpen, dat liet Genootschap voor do luinne alleen geen school ïal bekostigen.

Sluiten