Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kunnen zij er op wijzen, dat zendelingen van verschillende genootschappen, voor zoo verre zij bleveu binnen, den hun aangewezen kring, met elkander ook maar in onmin leefden? Weten zij het niet, dat de zendeling zich in Indië zoo magtig voelt aangegrepen door de groote verantwoordelijkheid , die op hem rust tegenover de inlandsche maatschappij, dat hij geen lust heeft, noch tijd vindt, om zich met de geschillen van ons volk in te laten? Kunnen zij het niet plaatsen, dat de zendeling nu en dan wel eens zeer warm wordt, als hij tegenstand vindt, waar die niet zou mogen bestaan, hinderpalen ontmoet, die door de welwillendheid van de Kegering zoo gemakkelijk waren uit den weg te ruimen! Zullen die staatslieden en aanzienlijken opzettelijk de oogen willen sluiten voor het vele goéde, door de zending regtstreeks of zijdelings gesticht ? De dag zal aanbreken, reeds zien wij de schemering, dat men billijk zal zijn in zijn oordeel en de waarde der zending voor Indië op prijs zal stellen. De Staatsman, wiens woorden wij boven dit opstel aanhaalden, heeft reeds eene gewigtige getuigenis openlijk afgelegd; en naarmate men in Nederland meer vertrouwd zal worden met de wezenlijke behoeften van Nederlandsch-indië, zal men meer in gelijken geest gaan spreken en handelen.

Wij gaan verder in onze bewering; met volle vrijmoedigheid verklaren wij: de zending is noodzakelijk voor het welzijn van de indische bevolkingen.

Voor hen, die weten, dat buiten jezus Christus geen waarachtig heil voor den mensch te vinden is, zou deze stelling geen betoog behoeven, indien onder dezen niet velen waren, die altijd nog vragen, of het wel de tijd is, om het Evangelie in onze Oost te verkondigen; of anderen, die voor ziclizelven geen' tijd kunnen vinden, om zich daarmede in te laten, aangezien in ons eigen land nog zóóveel'te doen is; of ook sommigen, die het zoo uiterst gevaarlijk vinden, omdat zij voor het verlies van dierbare koloniën vreezen! Dezulken hebben wij op niets meer noch min dan op de verantwoordelijkheid van alle discipelen van jezus christus te wijzen.

Sluiten