Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 76. -K 4.

MAANDBERIGT

VAN HET

Nederlandsche Zendelinggenootschap.

(78 ste Jaargang.)

INHOUD.

hoofdartikel: Minahaita. — verscheidenheden: Dr. i.ivinostonï'8 verlc draagt al vrucht. — aanwijzingen EN herinneringen : Het Maand■ blad , Tjahnja-niang", — Een boel- over Neérlandseh-indië. — Giffen en Legaten.

Oelebes.

MINAHASSA VAN MENADO.

Van den zendeling-leeraar m. brouwer te Langowan , die, hoewel thans geen zendeling meer van ons genootschap, trouw het belangrijkste uit zijn' werkkring blijft mededeelen, ontvingen Bestuurders een schrijven, waarin hij op opgewekten toon een huiselijk feest verhaalt. Het werd gevierd wegens de echtverbindtenis van eene zijner anak-piara (kinderen om op te voeden), paulina met lazarü9 wawolumaja , den onderwijzer van Penassen, ééne der negerijen, die tot brouwkr's werkkring behooren.

ii Het is Bestuurders en allen vrienden der zending genoegzaam bekend," zoo schrijft hij, »dat wij zendeliugen in de Minahassa geen bedienden hebben, die om loon bij ons dienen, maar in plaats daarvan moerids of leerlingen, die wet geen ander doel bij ons komen, dan om te leeren. "Voor het werk, dat zij verrichten, krijgen zij, behalve onderwijs in al datgene wat de zendeling en zijne vrouw voor hen noodig en nuttig achten, tevens kost, inwoning en kleêren. Schijnbaar is dit goedkoop. Maar als men bedenkt, dat wij tegenwoordig twaalf zulke leerlingen hebben, dat is zes jongens en zes meisjes, die elk viermaal in het jaar een nieuw pak klaren moeten hebben, dagelijks door ons gevoed en daarenboven van alle leermiddelen, als boeken, papier, pennen, enz.,

Sluiten