Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personen waaronder 42 volwassenen — de Christelijke gemeente te Mariri zou gesticht worden.

Reeds lang voor het vastgestelde uur was het kerkschoolgebouw vol. Onder de doopcandidaten behoorde ook het negerihoofd van Mariri-waleüre met zijn gezin. Dat het den man ernst was Christen te worden, blijkt uit het feit, dat ik hem 1 $ jaar bij den inl. leeraar aan huis had laten komen, om onderricht te ontvangen en hem het verschil te doen gevoelen tusschen het Christendom en het Heidendom. Ik deed dit voornamelijk, omdat de man een zoon is van het oude negerihoofd te Mariri-waleüre en deze bij de bevolking aldaar voor een Tonaas (hoofdpriester) doorgaat, zoodat hij door zijn vader in de Heidensche mysteriën goed is onderwezen. Het kwam tusschen vader en zoon meermalen tot heftige tooneelen en de laatste werd ten slotte het huis zijner ouders uitgezet. Toch bleef hij bij zijn voornemen. Hij werd dan ook den i7 en Juli j.1. gedoopt en was de eerste, die deze plechtigheid onderging.

Juist toen de doop zou bediend worden, trad het oude negerihoofd, gevolgd door een walian en eenige ouden van dagen uit Mariri-waleüre, het bedehuis binnen. Ik verwachtte een tumult, edoch niets daarvan! Zij kwamen regelrecht op mij af, gaven mij een hand, daarna den beiden inl. leeraars, en daar wij vreesden, dat zij allen een handdruk wilden geven, werd dezen bezoekers dadelijk een plaats aangewezen, waar zij bedaard en ernstig den dienst bijwoonden.

Na afloop dezer bijeenkomst kwam men mij een bezoek brengen en verwonderde het mij ten zeerste, dat ook het oude negerihoofd dit deed. Ik kon niet merken, dat de man toornig op mij was. Evenwel wij kunnen niet in de harten der menschen lezen. Laat ons het beste hopen en God bidden, dat de oude man het goede voorbeeld zijns zoons zal volgen en de Maririërs spoedig Christus zullen belijden als hun Heiland en Heer.

3. Drie en dertigste Jaarverslag der Kwartgulden-Vereeniging.

Het jaar 1907 heeft zijn intrede gedaan en wekt ons op om mededeeling te doen van de werkzaamheden der Kwartgulden-Vereeniging ten behoeve der Zendingszaak.

De drie Hoofd-Comité's deden weder haar best om de goede zaak in de verschillende Provinciën van ons Vaderland in stand te houden; telkens komen er echter bezwaren

Sluiten