Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooraf gingen; wel echter mag ik hier nog eens zeggen, dat we zeker minstens 5 malen „besloten de volgende Conferentie te Kaban-djahe te houden." Maar telkens was het, of met al ons besluiten, ja eigenlijk met al ons pogen om het licht des evangelies op de hoogvlakte te ontsteken, werd gespot. Was de God jakobs in de Deli-Zending zwakker dan elders?!

Toch werden we het uitstellen niet moede. God zal komen op zijn tijd, dat was de ervaring in de Deli-Zending, maar het was met een gevoel als van overwinnaars, dat we aan den morgen van den 25 sten Juli konden zingen: „Poedjilah aloe oekoer simërijah, Dibata" enz. (Ps. 103 : 1),

Wat het voor onze onderwijzers is zulk een vergadering bij te wonen, en dat is weer een oorzaak, die me doet schrijven, kan ik niet beter weergeven dan door te zeggen, dat zij een jaar lang op dit samen-zijn teren en nog maar pas ligt de gehouden vergadering achter den rug, of er wordt al gedacht en gewerkt voor de volgende. Is dat vergaderen dan zoo iets begeerlijks voor hen? Ja, mijn lezer en niet alleen voor hen, ook voor ons zendelingen.

Ik mag en kan niet zeggen, dat we dan pas ons werk in al zijn omvang voor ons zien, want een. zendeling, vooral die arbeidt op pas ontgonnen of nog te ontginnen terreinen, is elk uur in strijd met zijn zwakte, met zijn God; met zijn .zwakte, die zoo nietig is bij de grootheid van zijn werk, en met zijn God, omdat wij zoo graag onze wegen en plannen uitgewerkt zien en (fod er gewoonlijk een andere wijze van rekenen op na houdt, dan wij menschen. Xeen, er is ieder oogenblik gelegenheid te over de zwaarte van het werk te voelen en toch op zoo'n vergadering, waar alle krachten zich vereenigen, doet zich het werk vaster en forscher kennen; is het als een rots, die lacht mot eiken golfslag van twijfel en zwakheid en daardoor den moed verlevendigt.

Maar niet alleen om nieuwe krachten op te doen bij de te hóuden besprekingen, komen onze onderwijzers gaarne samen; ook in het elkaar ontmoeten, ook in het op reis gaan ligt voor hen een zegen. Dit laatste vooral werkt weldadig op hen, die trouw moeten zijn op hun post, in hun dorp. een jaar lang. Een reis, voor sommigen 10 uur gaans, schrikte hen dan ook niet af. Moedig kwamen ze aan en moedig gingen ze weer. En dat gaan vergeet ik niet licht. Het was een rij, daar Bataks langs hun voetpaden achter elkaar loopen. het was een rij van 31 menschen, onderwijzers en enkele onderwijzersvrouwen, helpers en bijloopers, allen onder den indruk van het genotene, een lied zingende, dat

Sluiten